skip to main content

Subsidie toegekend aan digitaliseringsproject

Het Meertens Instituut verkreeg in december 2006 subsidie van 'Digitaliseren met Beleid' voor het uitvoeren van het ontwikkelingsproject Dutch folksongs as musical content.

 

Het Meertens Instituut verkreeg in december 2006 subsidie van 'Digitaliseren met Beleid' voor het uitvoeren van het ontwikkelingsproject Dutch folksongs as musical content.Deze subsidie van het ministerie van OCW wordt door SenterNovem toegekend aan instellingen die strategisch en duurzaam gebruik van digitaal erfgoed mogelijk willen maken. Informatie over deze ook in 2007 aan te vragen subsidie vind u op www.digitaliserenmetbeleid.nl

 

DUTCH FOLKSONGS AS MUSICAL CONTENT

In het Meertens Instituut wordt de belangrijkste collectie audio-opnamen van volksliederen in Nederland bewaard. Het gaat om ruim 500 banden met 7.500 authentieke opnamen die voor het grootste deel zijn gemaakt door Ate Doornbosch ten behoeve van zijn radioprogramma "Onder de groene linde", in alle provincies van het land in de jaren 50-80 van de 20e eeuw. De oude magneetbanden zijn gedigitaliseerd en via diverse ingangen ontsloten in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut. Alleen ontbreekt nog een ingang op muziek, dat wil zeggen, een mogelijkheid om melodieën te identificeren op grond van hun muzikale verschijningsvorm. Bij volksliederen is dat ingewikkeld omdat een melodie zich onder invloed van de orale (mondelinge) overlevering steeds in verschillende gedaanten voordoet. Dat probleem wordt momenteel in theorie opgelost in een NWO-CATCH project, genaamd WITCHCRAFT: drie in music information retrieval gespecialiseerde onderzoekers bouwen een melodieënzoekmachine die orale variatie aankan. Om de muziek van "Onder de groene linde" daadwerkelijk te kunnen doorzoeken moeten de melodieën echter een voor een worden gecodeerd. Met het aldus gecodeerde corpus kunnen vele duizenden Nederlandse volksliederen worden geïdentificeerd, geclassificeerd en toegankelijk gemaakt. Dit dient niet alleen een wetenschappelijk doel, maar ook verwachten wij belangstelling van een breed publiek. Het project start in maart 2007 en heeft een looptijd van twee jaar.