Moederdag

Op de tweede zondag van mei is het moederdag. Naar Amerikaans voorbeeld wordt deze dag in Nederland sinds ongeveer 1925 gevierd. De achterliggende gedachte, in haar meest algemene vorm, is dat de moeders, die het hele jaar het gezinsleven draaiend hebben gehouden en het leeuwendeel van de zorgtaken hebben vervuld, op deze ene dag daarvan vrijgesteld zijn en op een voetstuk geplaatst worden. Als meest sprekend symbool van het omgekeerde rolpatroon geldt wel het door de kinderen gemaakte ontbijt op bed. Daarna krijgt moeder het door de kleinere kinderen al lang tevoren op school gemaakte cadeautje en verder een bloemetje of een ander geschenk, bijvoorbeeld een zeepje of, met een financiële bijdrage van vader, een nieuw huishoudelijk apparaat. Op hun beurt gaan volwassen vrouwen dikwijls op bezoek bij hun moeder, inmiddels grootmoeder, eveneens met een kleine attentie.

In deze vorm weerspiegelt het feest onmiskenbaar een traditionele opvatting van de moederrol, die echter zowel door de lagere scholen als door de commercie, met name de bloemisterij, levend wordt gehouden. Ondanks weerzin bij sommigen tegen het gekunstelde of commerciële karakter van de moederdagviering lijkt het feest in Nederland een behoorlijke mate van populariteit te kennen. De laatste jaren wordt moederdag evenwel in toenemende mate verdrongen door Valentijnsdag als gelegenheid om gevoelens van dankbaarheid en genegenheid te uiten.

Geschiedenis

Historisch gezien maakt moederdag deel uit van een bredere categorie feesten om een bepaald deel van de bevolking feestelijk te eren. Eind achttiende eeuw, ten tijde van de Verlichting, werden al feesten bedacht en, met gering succes, gehouden voor bijvoorbeeld de ouderen of de boerenstand. Te denken valt ook aan de feestelijke beloning van ijverige scholieren.

De oorsprong van de huidige moederdag ligt in Amerika. Daar werd in de Methodist Episcopal Church van Grafton, in West Virginia, op 12 mei 1907 voor het eerst moederdag gevierd. Het initiatief was genomen door Anna Jarvis (1864-1948), dochter van de plaatselijke methodistische predikant. Haar moeder Ann Reevers Jarvis was actief in het volksontwikkelingswerk en had daarbij geijverd 'for better mothers, better homes, better men and women'. Om die gedachte kracht bij te zetten leek het haar goed een 'memorial mother's day for mothers living and dead' te houden. Haar dochter voerde dit plan uiteindelijk uit. Als datum voor deze moederdag koos zij de tweede zondag in mei, de eerste zondag na het overlijden van haar eigen moeder op 9 mei 1905.

Met grote energie heeft Anna Jarvis zich ingezet om moederdag ingang te doen vinden, aanvankelijk vooral via zondagsscholen en kerkelijke jeugdverenigingen en sinds 1912 via de door haar opgerichte Mother's Day International Association. In datzelfde jaar werd moederdag een algemene kerkelijke feestdag voor de Methodistische Episcopale Kerk in Amerika. De gedachte om een moederdag te houden sloeg dermate aan dat het vanaf 1914, na aanvaarding van een wet door door het Amerikaanse Congres, ook een officiële burgerlijke feestdag werd. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog raakte moederdag in Europa pas sinds de jaren twintig bekend.

Vanaf het begin hebben bloemen een belangrijke rol gespeeld in de moederdagviering. Anna Jarvis zag graag dat bloemen, met name anjers, gegeven werden aan moeders die kerkdiensten bijwoonden en gelegd werden op de graven van overleden moeders. Naarmate moederdag in steeds bredere kring gevierd werd, verwaterde de bedoelde, min of meer religieuze, inslag van de dag en vermengde deze zich met andere, meer wereldse betekenissen. Vanzelfsprekend bood dit kansen voor de bloemenhandel en die werden in Amerika ook gegrepen. Naar verluid betreurde Anna Jarvis de als maar toenemende commercialisering van haar feest.

Gezien de methodistische oorsprong van het feest is het niet verwonderlijk dat het Leger des Heils als een van de eersten moederdag in Nederland propageerde. Hier deed zich al spoedig dezelfde ontwikkeling als in Amerika voor. Vanaf 1924 hield de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van Landbouw een gerichte campagne voor de invoering van het feest. Op lagere scholen werden bijvoorbeeld circulaires verspreid met het verzoek aan de onderwijzers die in de klas te bespreken. 'De plaats, welke de Moeder als regel inneemt in het huisgezin, is zoo voornaam, dat men werkelijk wel eens nationaal 'De Moeder' mag herdenken', luidde een passage daarin. In Rotterdam werden in 1927 30.000 tulpen op de scholen uitgedeeld die de kinderen aan hun moeder mochten geven — omdat het moederdag was. De publiciteit in de pers rond dergelijke acties maakte moederdag in nog bredere kring bekend. Ook de banketbakkers zagen in moederdag een mogelijkheid om hun afzet te vergroten. In 1938 trokken zij bijvoorbeeld door Amsterdam met hun karren, waarop een groot bord was bevestigd met de tekst: 'Viert Moederdag'. Een ander propagandamiddel was de jaarlijkse aanbieding door de banketbakkersschool van een kolossale moederdagtaart aan de koningin. Als geschenk heeft de taart inmiddels aan belang ingeboet, maar een bloemetje voor moeder is nog steeds zeer populair, zoals blijkt uit omzetcijfers van de bloemenhandel rond deze dag.

Tijdens het nazi-regime raakte moederdag in Duitsland besmet doordat de dag werd omgevormd tot een Dag voor de Duitse Moeders. Vrouwen die veel kinderen hadden gekregen werden dan beloond met speciale medailles. De herinnering hieraan is in Nederland al spoedig vervluchtigd en heeft de opmars van het feest niet gestuit. Moederdag gold in de jaren vijftig en zestig niet alleen als een huiselijk feest, maar werd op dorpen in bijvoorbeeld Brabant en Limburg door katholieke vrouwenverenigingen en boerinnenbonden ook aangegrepen voor de viering van een gezamenlijke gezellige dag, met bijvoorbeeld een koffietafel en een lezing. Aanvankelijk werd moederdag in deze kring gehouden op 11 oktober, de kerkelijke feestdag van Maria Moederschap, maar geleidelijk verplaatste men de datum naar de meer algemene viering in mei. In de jaren zeventig en tachtig ontmoette moederdag toenemende kritiek van vrouwen die zich bewust werden van hun wensen tot emancipatie en ontplooiing. Zij bestreden het feest met leuzen als 'Wij laten ons niet met een kadootje in het riet sturen' en betitelden moederdag als een 'zoethoudertje voor het hele jaar'. Deze geluiden zijn inmiddels wat verstomd. Al staan de moeders op moederdag centraal, het feest is tegenwoordig misschien vooral een feestdag voor jonge kinderen waarop ze zelfstandig en dus spannend in huis bezig mogen zijn — maar wel aangepast aan de huidige tijd. Volgens een bericht van het ANP van vorig jaar verschuift het traditionele ontbijt op bed voor moeder naar een brunch en zelfs naar een barbeque!

Literatuur

J. van der Veer, 'Moederdag', Traditie 7 (2001) 6-11.

A.P. van Gilst, 'Moederdag. De moeders in het zonnetje gezet', Traditie 4 (1998) 32-35

F. van Es, 'Moederdag en Vaderdag in Vlaams-België (een enquête)', Oostvlaamsche Zanten 34 (1959) 7-29

B.-C. Matter, 'Der "Deutsche Muttertag". Versuch einer Auswertung des ADV-Materials', in: N.A. Bringéus e.a. (ed.), Wandel der Volkskultur in Europa. Festschrift für Günter Wiegelmann zum 60. Geburtstag (Münster 1988) 151-163

K. Schlimmgen-Ehmke, 'Bemerkungen zur Anpassungsfähigkeit des Muttertages seit 1923', in: Frauenalltag-Frauenforschung (Frankfurt am Main (enz.) 1988) 142-152

K. Hausen, 'Mütter zwischen Geschäftsinteressen und kultischer Verehrung. Der "Deutsche Muttertag" in der Weimarer Republik', in: G. Huck (ed.), Sozialgeschichte der Freizeit. Untersuchungen zum Wandel der Alltagskultur in Deutschland (Wuppertal 1980) 249-280

J. Meier, 'Muttertag', Zeitschrift für Volkskunde 46 (1936-1937) 100-112

E. Strübin, 'Muttertag in der Schweiz', Schweizerisches Archiv für Volkskunde 52 (1956) 95-121

L. Weiser-Aall, 'Der Mutter- und Vatertag in Norwegen', Schweizerisches Archiv für Volkskunde 52 (1956) 203-213

John Helsloot