skip to main content

Projecten Variatielinguïstiek

De onderzoeksgroep Variatielinguïstiek beschrijft en onderzoekt de taalkundige variatie in het Nederlandse taalgebied, allereerst in Nederland. Het gaat daarbij niet alleen om geografische variatie (o.a. dialecten), maar ook om sociaal en cultureel bepaalde variatie. Het belangrijkste doel van dit onderzoek is om inzicht te verwerven in de aard van taalvariatie, de taalkundige factoren die daarbij een rol spelen en de buitentalige factoren (o.a. leeftijd, gender, etniciteit) die variatie in Nederland veroorzaken of beïnvloeden. Het onderzoek is gericht op inzicht in de hedendaagse situatie. Diachroon onderzoek naar taalverandering speelt daarbij een rol, naast sociolinguïstisch en formeel taalkundig onderzoek; wezenlijk is ook de wisselwerking tussen deze drie benaderingen. De onderzoeksgroep concentreert zich op variatie in de grammatica (klanken, woordvorming en zinsbouw).

Fonologische variatie

Fonologische variatie van Nederlandse dialecten (2005-…)

Het onderzoek strekt zich uit tot segmentele variatie binnen het Nederlandse taalgebied. De nadruk ligt enerzijds op de bijdrage die de studie van deze variatie kan leveren in het inzicht in segmentele representatie en anderzijds op een verruiming en verscherping van het concept ‘dialectafstand’.
Resultaten in 2012: 7 publicaties in wetenschappelijke tijdschriften (reviewed), 4 hoofdstukken in wetenschappelijke bundels (reviewed), 32 lezingen waaronder 19 keynote lezingen. M. van Oostendorp bracht een hoorcollegereeks op cd uit: Taalverloedering. Een hoorcollege over veranderingen in de Nederlandse taal. M. Prehn promoveerde op 31 januari 2012 aan de Universiteit van Amsterdam. Verder schreven de onderzoekers bijdragen aan de Taalcanon en Onze taal en publiceeerde M. van Oostendorp (i.s.m. R. van den Berg) het boek Dat is andere taal! Streektalen en dialecten van Nederland (Utrecht: Winkler Prins).
Medewerkers: B. Hermans (uitvoerder), F.L.M.P. Hinskens (uitvoerder), P. Jurgec (onderzoeker), M. van Oostendorp (uitvoerder).

Het leven der liquidae (2012-2017)

De liquidae (de klanken /l/ en /r/) in codapositie in het Nederlands en de Nederlandse dialecten zijn de afgelopen decennia heel snel aan het veranderen. Met dit project laten we zien hoe deze veranderingen het best te begrijpen zijn als het gevolg van interactie tussen E-taal (fonetiek, sociolinguïstiek, taaloverdracht) en I-taal (synchrone en diachrone fonologie) en hoe omgekeerd deze interactie het best kan worden bestudeerd aan de hand van een concrete casus. Het onderwerp sluit aan bij actuele discussies in ieder van de genoemde disciplines en biedt daarom een uitgelezen kans om een microvariationistisch perspectief aan de hand van Nederlandse empirische data aan bestaande debatten toe te voegen. De verschijnselen kunnen kort als volgt beschreven worden. In de eerste plaats vocaliseren zowel de /r/ als de /l/ aan het eind van de lettergreep: zie de Gooise /r/ ([ɻ])) en de [w]-achtige uitspraak van de /l/. In de tweede plaats veroorzaken beide, zij het in verschillende mate, verlenging en verkleuring van de voorafgaande klinker. Interessant genoeg heeft het Nederlands in een ver verleden ook een eerder proces van vocalisatie van /l/ achter de rug, dat inmiddels in het Standaardnederlands volkomen gelexicaliseerd is: oud uit old, woud uit wald, mout naast malt, maar niet *Bout voor Balt. We vinden een soortgelijke taalverandering dus in minstens drie verschillende fases: (i) de vocalisatie van /l/ is voor de meeste sprekers nog in een heel vroeg stadium van fonetische aanpassing zonder gevolgen voor het systeem, (ii) verlengingen als die hierboven zijn volgens sommige auteurs gevoelig voor de metrische structuur van een woord en daarom gefonologiseerd, (iii) vormen als oud en koud zijn in deze vorm opgenomen in het lexicon en daarom helemaal geen gevolg meer van synchrone fonologie of fonetiek. De precieze werking van deze processen is het onderwerp geweest van fonologisch en fonetisch onderzoek, zowel door leden van onze onderzoeksgroep als door onderzoekers daarbuiten; bovendien doen soortgelijke verschijnselen zich op dit moment voor in het Engels. Uit deze publicaties wordt duidelijk dat dit verschijnsel een focus op de interactie tussen interne en externe factoren niet alleen mogelijk, maar zelfs hogelijk gewenst maken. We onderscheiden in dit project de volgende deelvragen: 1. De relatie tussen klankverandering en sociolinguïstische status 2. Taalverandering in transitie. 3. De rol van frequentie. 4. Interactie met morfologie. 5. Interactie met syntaxis. 6. Toepassing van synchrone bevindingen op diachronie.
Resultaten in 2012: 1 proefschrift over articulatorische, akoestische en perceptuele aspecten, lezingen op internationale taalkundeconferenties, enkele substantiele publikaties in gepeerreviewde, internationale taalkundige vaktijdschriften. Promovenda E. Ooijevaar heeft op 15 mei 2012 een aanvang gemaakt met haar deel van het onderzoeksproject.
Medewerkers: M. van Oostendorp (projectleider), B. Hermans (onderzoeker), F. Hinskens (onderzoeker) en E. Ooijevaar (PhD).

Syntactische variatie

Agreementrelaties (2001-…)

Het verschijnsel ‘agreement’ is een centraal thema in de theoretische taalkunde. Bekend is dat agreementrelaties, zoals congruentie tussen subject en persoonsvorm of tussen nomen en adjectief, een grote mate van variatie vertonen. Doel van dit project is inzicht te verkrijgen in de mate en de aard van variatie op dit terrein en de theoretische consequenties daarvan.
Resultaten in 2012: H.J. Bennis hield een gastcollege Taalveranderingaan de Rijksuniversiteit Groningen.
Medewerkers: H.J. Bennis (projectleider/uitvoerder).

Dynamica van Syntactische Taalveranderingen (2009-…)

In dit project leggen we een verband tussen geografische en temporele patronen (E-taal), verkregen via een kwantitatieve analyse van een taalverandering, en de aard van de taal-interne verandering (I-taal). De bedoeling is kwantitatieve modellen op te stellen en deze te testen met behulp van diachrone corpora.
Resultaten in 2012: Een hoofstuk in een wetenschappelijke bundel: Postma, G.J. (2012). Clause-typing by [2] – the loss of the 2nd person pronoun du ‘you’ in Dutch, Frisian and Limburgian dialects. In Camacho-Taboada, Victoria, Ángel L. Jiménez-Fernández, Javier Martín-González and Mariano Reyes-Tejedor (eds.), Information Structure and Agreement (pp. 217-254). Amsterdam: Benjamins. Verder vier lezingen waaronder een keynote lezing.
Medewerkers: G.J. Postma (uitvoerder).

European Dialect Syntax (2005-2012)

(i) Documentatie en analyse van syntactische verdubbelingsverschijnselen in Europese dialecten (ii) Opbouwen van Europees netwerk van dialectsyntactici. Standaardiseren van methodologie, opslag en retrieval van syntactische data.
Resultaten in 2012: Project voltooid, zie voor de infrastructuur www.dialectsyntax.org (o.a. Edisyn search engine). Publicaties en lezingen: zie jaarverslagen 2005-2012. Proefschrift Eefje Boef (Doubling in relative clauses) verdedigd op 18 januari 2013, Universiteit Utrecht; cum laude. Organisatie European Dialect Syntax Workshop VI, University of Cambridge (31 maart 2012).
Medewerkers: S. Barbiers (projectleider), E. Boef (medewerker onderzoek), F. Wesseling (medewerker onderzoek).

Sociolinguïstisch/Syntactisch onderzoek: Limburg (2000-…)

Onderzoek gericht op syntactische variatie en verandering in de Limburgse dialecten en het Limburgse Nederlands; parameters en sociale distributie.
Resultaten in 2012: 1 internationale lezing (plenary) en 1 ma scriptie.
Medewerkers: L. Cornips (onderzoeker).

Naamkunde

LINKS: koppelingssysteem voor historische familiereconstructie (2009-2013)

LINKS heeft tot doel om alle families in Nederland in de 19e en 20ste eeuw te reconstrueren. Deze reconstructie zal gebaseerd worden op GENLIAS, de digitale index van alle registers van de burgerlijke stand uit die periode. Al vijftien jaar lang zijn talrijke vrijwilligers bezig geweest om de index te bouwen, en ze hebben nog vele jaren te gaan. Deze index bevat niet alleen de namen van de geborenen, gehuwden en overledenen maar ook de namen van hun ouders en partners, geboorteplaats, geboortedatum en soms ook beroepen. De beschikbaarheid van deze gegevensverzameling heeft een groot potentieel voor wetenschappelijk onderzoek dat gericht is op individuen in familieverband. Dit is niet alleen van het grootste belang voor historische demografie en sociale- en economische geschiedenis, maar ook voor naamkunde, epidemiologie, antropologie, historische sociologie en genetica. Als gevolg van de hoge mate van onzekerheid in de spelling van voor- en achternaam (door lees- en typfouten, verkeerde notaties en inconsistenties bij de registratie, regionale verschillen, etc.) en inconsistenties tussen archieven bij de lokale gegevensopslag, is gegevenskoppeling een gecompliceerde taak. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking het IISG, LIACS (Universiteit Leiden), UiL-OTS (Universiteit Utrecht). Project in samenwerking met: IISG.
Resultaten in 2012: twee artikelen in Human Biology, enkele lezingen en een populair-wetenschappelijke publicatie.
Medewerkers: G. Bloothooft (onderzoeker / mede-projectleider Meertens Instituut / UiL-OTS UU), K. Mandenmakers (onderzoeker / projectleider IISG).

Overige projecten

Diachrone corpora (2010-2015)

Coordinerende en inhoudelijke werkzaamheden om diachrone corpora voor onderzoek samen te stellen en te ontsluiten. Project in samenwerking met: Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal, Universiteit Oldenburg, DBNL, NBG, INL, RUN.
Resultaten in 2012: P.van Reenen heeft het 13e-eeuwse Corpus Gysseling technisch en inhoudelijk gecorrigeerd. R. Hartmann is begonnen teksten van het 14e-eeuwse CRM te fotograferen; die foto’s worden aan de transcriptie gelinkt. N. van der Sijs heeft subsidie van de Taalunie gekregen voor het voor druk gereedmaken van het Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876 van J. van Donselaar; de tekst wordt tevens omgezet naar een database en op de website van het Meertens Instituut voor onderzoekers beschikbaar gemaakt. N. van der Sijs en H. Beelen hebben m.b.v. vrijwilligers van de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal digitale uitgaven verzorgd van: – Vorstermanbijbel, 1528/1531; – Nieuwe Testament van Jan Utenhove, 1556; – Jan Utenhove: 25 Psalmen, 1557; – Jan Utenhove: 26 Psalmen, 1558; – Veelderhande gheestelicke Liedekens 1558; – Jan Utenhove: Psalmen Davids, 1566; – Diederik Camphuysen: Uitbreyding over de Psalmen des Profeten Davids, 1630; – Davids Psalmen, Gedicht, Aen d’eene zijde door Petrum Dathenum, Aen d’andere zijde door J. de Brune. Amsterdam 1650; – Statenvertaling 1657; – Adriaen Koerbagh, ’t Nieuw Woordenboek der Regten, 1664; – Adriaen Koerbagh, Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd sonder verdriet, 1668; – Het vermaaklyk buitenleven, of de zingende en speelende boerenvreugd, 1716; – Salomon Rusting: Barbarologia ofte boeren-latyn. Amsterdam 1733; – M. Noel Chomel: Huishoudelyk Woordboek, twee delen. Leiden en Amsterdam 1743; – Het tweede deel van de Nieuwe Overtoompsze markt-schipper, of vermaakelyke Leidsze Kaag later uitgegeven dan 1755; – De drie kemphaantjes 1784; – Het Nieuwe Tulpje. Amsterdam ca. 1800; – Christelijke Gezangen en Liederen. Haarlem 1804. Alle werken zijn gepubliceerd bij DBNL en gedeponeerd bij DANS.
Medewerkers: H. Beelen (universiteit Oldenburg), R. Hartmann (MI), P. van Reenen (MI), N. van der Sijs (onderzoeker).

Elektronisch Woordenboek van de Nederlandse Dialecten (2012-2014)

Het aan elkaar koppelen van digitale dialectwoordenboeken, met als doel de ontwikkeling van een dialectlemmatiseerder en een computationeel dialectlexicon voor het zoeken binnen dialectteksten. Project in samenwerking met: Dialectologie Gent, Universiteit Tilburg (J. Swanenberg), Fryske Akademie.
Resultaten in 2012: Op het Meertens Instituut is een applicatie ontwikkeld voor het koppelen van dialectwoordenboeken. Met behulp hiervan zijn 6 Brabantse woordenboeken door Tilburgse studenten o.l.v. J. Swanenberg gekoppeld. Aan etymologiebank.nl zijn enkele etymologische woordenboeken toegevoegd van variëteiten van het Nederlands: Afrikaans en Surinaams-Nederlands; hiervoor kan de op het Meertens Instituut ontwikkelde applicatie worden herbenut.
Medewerkers: N. van der Sijs (projectleider MI), L. Cornips (MI), J. Kruijsen (MI), J. Swanenberg (Un Tilburg), R. Zeeman (MI).

Gekaapte Brieven (2011-2013)

In november 2011 is, met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds, een vrijwilligersproject gestart t.b.v. de ontsluiting en transcriptie van gekaapte documenten uit de 17e en 18e eeuw. Er zijn ca. 150 vrijwilligers geworven. De technische afdeling van het Meertens Instituut heeft een applicatie gemaakt voor het invoeren van metadata bij de gekaapte brieven. Zie http://www.gekaaptebrieven.nl. Project in samenwerking met: Prize Papers Consortium: FA, Huygens ING, KB, NA, UL, UvA, Brill.
Resultaten in 2012: In 2012 hebben vrijwilligers alle brieven van metadata en transcripties voorzien en in een eerste ronde gecontroleerd. Een kleine groep correctoren heeft de eindcorrectie van de helft van de brieven gedaan. Twee stagiaires hebben de metadata geuniformeerd. Vrijilligers en Meertens-medewerkers hebben de koppelingen van bij elkaar horende documenten gelegd. Op 8 oktober 2012 is de website www.gekaaptebrieven.nl gelanceerd, met daarop de helft van de transcripties, met metadata. De website werd genomineerd voor de Geschiedenis Online prijs 2012.
Medewerkers: N. van der Sijs (projectleider MI), R. Zeeman (ontwikkelaar).

Grammaticaal geslacht in het Deens en Nederlands van jongeren (GIDDY) (2012-2015)

Dit project onderzoekt variatie in het grammaticaal geslacht van het bepaald lidwoord en adjectief in het Deens en Nederlands gesproken door jongeren. Deze studie integreert theoretische taalkunde met sociolinguïstiek (specifiek hoe jongeren met twee talen tot hun beschikking in toekenning van het grammaticaal geslacht variëren). Dat jongeren (net als volwassenen) anders spreken dan de norm voorschrijft, kan alles te maken hebben met de identiteit die ze beleven en willen uitdrukken. We onderzoeken dus of het al dan niet spreken van een ander soort Nederlands en Deens een gevolg is van identiteitsformatie. Voor het Nederlands maken we gebruik van experimentele en in mindere mate van spontane spreektaaldata (uit het TCULT-project), voor het Deens onderzoeken we longitudinale spreektaaldata. Internet: lanchart.hum.ku.dk/. Deelproject van ‘Early successive bilingualism: Bilingual first language acquisition or child second language acquisition?’, in samenwerking met: LANCHART, University of Copenhagen,  F. Gregersen and B. Thomsen.
Resultaten in 2012: 1 lezing (Sociolinguistic Symposium).
Medewerkers: L. Cornips (onderzoeker), F. Gregersen (Lanchart, University of Copenhagen), B. Thomas (Lanchart, University of Copenhagen).

Jongerentaal en straattaal (2003-…)

Doel van het project is om straattaal zowel taalkundig als antropologisch in kaart te brengen, op basis van onderzoek naar de taalkundige diversiteit van jongeren met een verschillende etnische achtergrond in de grote steden in Nederland. Project in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam.
Resultaten in 2012: Lezing van L. Cornips: Iedereeen is een taaltalent: van pratsj, cool, vet tot fawaka. Universiteit Maastricht, Kidzcollege.
Medewerker: L. Cornips (onderzoeker)

Language Portal Dutch/Frisian (Taalportaal Nederlands/Fries) (2011-2015)

Het project “Taalportaal” richt zich op het ontwerp, de ontwikkeling en de implementatie van een virtueel taalinstituut, een digitale gedistribueerde bron van kennis over de grammaticale eigenschappen van het Nederlands en het Fries. Internet: www.taalportaal.org. Project in samenwerking met: Universiteit Leiden, Fryske Akademy, Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Universiteit Utrecht.
Resultaten in 2012: H. Broekhuis publiceerde twee lijvige delen Syntax of Dutch en was betrokken bij de organisatie van de Dag van de Nederlandse Zinsbouw 6. T. van der Wouden schreef een populair-wetenschappelijk artikel voor Neerlandia.
Medewerkers: H. Broekhuis (onderzoeker syntaxis), B. Köhnlein (onderzoeker fonologie), M. van Oostendorp (supervisor/onderzoeker fonologie), K. Sebregts (onderzoeker fonologie), T. van der Wouden (onderzoeker morfologie).

Nederlab, een laboratorium voor onderzoek naar veranderingspatronen in de Nederlandse taal en cultuur (2013-2017)

Het doel van Nederlab is onderzoekers de mogelijkheid te bieden antwoorden te vinden op nieuwe, longitudinale onderzoeksvragen. Nederlab wil hiervoor een gebruikersvriendelijke webinterface inrichten van waaruit geesteswetenschappers de digitale historische teksten, die beschikbaar gesteld worden door de wetenschappelijke bibliotheken en instellingen, tegelijkertijd kunnen doorzoeken en met tools kunnen analyseren, zowel op tekstniveau als op metadata-niveau. Internet: www.nederlab.nl. Project in samenwerking met: Huygens ING, INL, UvA, RUG, RUN, UU, UvT, UT, DBNL/KB, FA.
Resultaten in 2012: Nadat in juni 2012 bekend werd dat de aanvraag was gehonoreerd, zijn de voorbereidingen voor de formele start op 1-1-2013 getroffen: er is een werkplan gemaakt, er zijn afspraken gemaakt tussen en met de medewerkende instellingen, de financien zijn uitgewerkt, taken zijn vastgesteld en uitvoerders geworven.
Medewerkers: N. van der Sijs (lid Executive Board, projectleider MI), S. Barbiers (MI), H. Bennis (MI), A. van den Bosch (RUN), G. Bouma (RUG), M. Brouwer (MI), H. Brugman (MI), I. Brussee (KB/MI), K. Depuydt (INL), R. Haentjes Dekker (Huygens ING), L. Heerma van Voss (Huygens ING), M. Kemps-Snijders (MI), J. Kennedy (UvA), C. Klapwijk (DBNL), D. Kooij (MI), J. P. Kunst (MI), M. Reynaert (RUN/UvT/MI), R.van Stipriaan (MI), R. Zeeman (MI), J. Zhang (MI).

Spellingsvariatie in oudere Nederlandstalige teksten (2010-2012)

De doelstelling van dit project is om een ’tool’ te ontwikkelen die automatisch spellingsvariatie kan interpreteren in termen van zijn linguistische status (wordt de variatie bepaald door het dialect, door de schrijfschool, door de scribent, etc.). Het is de bedoeling dat deze ’tool’ een intermediair transcriptieniveau produceert tussen de originele tekst en de vertaling daarvan. De ’tool’ wordt online voor iedereen beschikbaar gesteld. Iedere geinteresseerde kan derhalve zijn/haar data ermee verrijken. Uiteindelijk zal de ’tool’ deel uitmaken van de CLARIN-infrastructuur.
Resultaten in 2012: geen vorderingen.
Medewerkers: B. Hermans (fonoloog), G.J. Postma (morfosyntacticus), M. Rem (Radboud Universiteit).

Taaldetector (2012-2013)

De Taaldetector is een website die een breed publiek kennis laat maken met de rijkdom van de taalvariatie in het Nederlandse taalgebied. Door een uitleg over hoe tot deze keuze gekomen is en links met allerlei dialectologische informatie elders op internet krijgt de gebruiker zo spelenderwijs inzicht in de vele taalkundige kennis die er is op dit gebied. Het project krijgt aansluiting met een grootschalig project over dialecten bij de publieke omroep.
Resultaten in 2012: De taaldetector website is gelanceerd en opgenomen als onderdeel van de uitzending ‘Dat is andere taal‘.
Medewerkers: M. van Oostendorp (projectleider/onderzoeker), L. Vogelzang (ontwikkelaar).

The roots of ethnolects (2005-2012)

Naast het Indisch Nederlands en het Surinaams Nederlands ontstaan er heden ten dage andere etnisch gekleurde variëteiten (oftewel etnolecten) van het Nederlands. In dit project gaat het erom de wortels van deze etnolecten bloot te leggen. Putten etnolecten uit de lokale stadsdialecten, of staan ze daar los van? Vinden we in een etnolect de sporen terug van de tweede-taalverwervingsprocessen van de eerste generatie? Komen er elementen uit de oorspronkelijke moedertaal van de etnische groep in voor, en zo ja, welke? Wat is het verband tussen het meer stabiele etnolect en de meer vluchtige jeugdtalen en straattalen? Verbreid het etnolect zich ook voorbij de eigen etnische groep (‘crossing’)? Hoe raakt een jongere ingevoerd in het etnolect? Om deze en verwante vragen te beantwoorden worden groepjes Marokkaanse en Turkse jongeren van 12 en 20 jaar opgenomen in Amsterdam en Nijmegen, in interactie met elkaar en met van oorsprong Nederlandse jongeren. Project in samenwerking met: Algemene Taalwetenschap, Radboud Universiteit Nijmegen.
Resultaten in 2012: 1 lezing (L. van Meel, F. Hinskens & R. van Hout) op een internationale sociolinguïstiek conferentie (Sociolinguistics Symposium 19) in Berlijn. 1 submissie bij een internationaal sociolinguïstiek tijdschrift (Journal of Sociolinguistics); positief ontvangen met aanwijzingen voor aanpassingen. Zal vermoedelijk in 2013 verschijnen. Verdere analyse door promovenda L. van Meel alsmede door P. C. Muysken, R. van Hout en F. Hinskens. De database (die na de promotie van L. van Meel opengesteld zal worden) werd ook uitgebreid.
Medewerkers: F.L.M.P. Hinskens (onderzoeker), L. van Meel (Radboud Universiteit Nijmegen), P.C. Muysken (Radboud Universiteit Nijmegen).