skip to main content

‘Een derde van alle middeleeuwse Europese ridderverhalen ging verloren’

Februari 2022 – Een internationaal, interdisciplinair team van wetenschappers, geleid door onderzoekers van het Meertens Instituut in Amsterdam en de Universiteit van Antwerpen, ontdekte dat maar liefst een derde van alle middeleeuwse Europese ridderromans in de loop der eeuwen verloren is gegaan. Het team gebruikte voor hun berekeningen modellen uit de ecologie, voor het tellen van zeldzame soorten. In het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science doen zij nu verslag.

Voor wetenschappers die oudere fasen van cultuur bestuderen is het een lastig gegeven: het verleden kan enkel bestudeerd worden op basis van overgeleverde voorwerpen, maar het werkelijke aantal voorwerpen dat ooit heeft bestaan is veel groter. Dat kan zorgen voor een vertekend beeld van wat er allemaal beschikbaar was aan cultuur in vroegere samenlevingen. In de ecologie doet zich een vergelijkbaar probleem voor: zelden lukt het om alle plant- en diersoorten waar te nemen die in een gebied voorkomen. “Daarom leek het ons een boeiend idee om statistische methodes die vaak toegepast worden in de ecologie los te laten op verloren gegane literaire werken”, vertelt Folgert Karsdorp, onderzoeker bij het KNAW Meertens Instituut. “Literaire werken kunnen beschouwd worden als soorten in de ecologie, en de overgeleverde manuscripten, waarin die werken zijn opgeschreven, worden dan als waarnemingen van een soort behandeld”.

Het onderzoeksteam, dat uit wetenschappers van twaalf onderzoeksinstellingen bestaat, berekende op die manier dat 32% van alle middeleeuwse ridderromans en andere heroïsche verhalen in de loop der eeuwen verloren is gegaan. Naar schatting is het verlies van middeleeuwse manuscripten nog groter, namelijk meer dan 90%.

Europese verschillen

Opmerkelijk is dat de grootte van verlies sterk verschilt tussen verschillende Europese volkstalen. Van de literaire werken in het Duits, IJslands en Iers is ongeveer 80% bewaard gebleven, terwijl van de Nederlandse, Engelse en Franse literatuur slechts minder dan 50% nog bekend is.

 “We ontdekten ook dat de zogenaamde ‘gelijkmatigheid’ van eilandliteraturen zoals die van Ierland en IJsland oorspronkelijke hoger was”, zegt Mike Kestemont, professor computationele geesteswetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen. Ook ‘gelijkmatigheid’ is een begrip uit de ecologie: het houdt in dat er een gelijkere verdeling van kopieën over werken is, zodat er geen werken bestaan die veel minder vaak voorkomen dan andere. Het is door die gelijkmatiger verdeling dat eilandliteraturen beter bestand waren tegen dramatisch verlies door externe omstandigheden, zoals bibliotheekbranden.

Nieuw onderzoek naar vergeten erfgoed

Het team is van mening dat hun werk een nieuwe onderzoekslijn opent voor het bestuderen van menselijke culturen uit het verleden. De methode die zij gebruikten, werd niet specifiek ontwikkeld voor ecologie of middeleeuwse literatuur en is veel ruimer toepasbaar. “Voor de historische geesteswetenschappen is dit een belangrijke vondst,” reageert Antal van den Bosch, directeur van het Meertens Instituut. “We weten dat we slechts een klein deel van de taal die vroeger geproduceerd is kunnen bestuderen aan de hand van overgeleverde teksten. Nu we ongeveer weten hoeveel teksten we verloren zijn, kunnen we bijvoorbeeld ook beter inschatten hoeveel observaties van talige fenomenen we missen.” In de erfgoedwetenschappen zou de methode ook gebruikt kunnen worden voor het bestuderen van vergeten lied- en verhaalcultuur, een onderwerp waar onderzoekers bij het Meertens Instituut zich in specialiseren.

De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Meer informatie over het onderzoek is te vinden op de website van het project.

Download hier het persbericht als pdf