Publicatiedatum: 13 november 2025
Veranderende mens-dier relaties in de schijnwerpers
Eind november verschijnt Vroegmoderne dieren in de Nederlanden, over de veranderende relatie tussen mensen en dieren tussen 1500 en 1850. De bundel sluit aan bij de animal turn, waarin dieren worden gezien als wezens met een eigen stem. “Dieren spreken via hun gedrag en aanwezigheid,” zegt taalkundige Marjo van Koppen. “Als historici deze vormen van communicatie leren lezen, kunnen ze geschiedenis mét dieren schrijven en niet alleen óver dieren.”

Ary De Vois, Een jonge vrouw met een papegaai, 1660-1680. Olieverf of paneel, 27×21 cm. Rijksmuseum Amsterdam (object.nr. SK-A-458).
Door: Britt van Sloun
De bundel richt zich op hoe mensen in de vroegmoderne tijd met dieren samenleefden, joegen, werkten en over hen schreven. Die historische blik laat zien hoe diep mens en dier met elkaar verweven waren, maar ook hoeveel afstand taal kan scheppen. De animal turn in de wetenschap biedt zo een nieuw perspectief op historische bronnen. De verschuiving nodigt uit om niet alleen te kijken naar wat mensen over dieren schreven, maar ook naar hoe dieren zelf – via hun gedrag bijvoorbeeld – in die verhalen aanwezig zijn.
Meertens-onderzoeker Marjo van Koppen, co-auteur van de inleiding van de bundel, onderzoekt hoe we dierlijke uitingen als taal kunnen begrijpen. Daarnaast richt ze zich ook op hoe wij als menselijke dieren praten over niet-menselijke dieren, en wat dat zegt over de manier waarop taal onze relatie met de natuur vormt. Deze benadering staat centraal binnen de ecolinguïstiek, een nieuwe stroming binnen de taalkunde die de wisselwerking tussen taal, denken en ecologische bewustwording onderzoekt.
Taal beïnvloedt hoe we denken
Taal vormt onze manier van denken en beïnvloedt hoe we omgaan met onze omgeving. Volgens Van Koppen kan taal zelfs afstand creëren tussen mens en dier. Zo zeggen we niet “ik eet een kip”, maar “ik eet kip”. In deze zin is kip een onpersoonlijk product, los van het individu dat ooit leefde. Taalwetenschappers noemen dit soort woorden mass nouns. Het zijn woorden die massa’s aanduiden in plaats van individuele wezens. Door zulke woorden te gebruiken zorg je ervoor dat het individuele dier met diens eigen belangen, wensen en verlangens wordt ontkend. Van Koppen benadrukt dat dit geen neutraal verschijnsel is. “Hoe we spreken over dieren, maar ook over natuur en klimaat beïnvloedt ons morele besef en onze handelingen.”

Judith Leyster, Twee kinderen met een kat, ca 1630. Olieverf op doek, 61×52 cm. Rijksmuseum Amsterdam (object.nr. 200851329).
Subtiele verschillen in taal helpen om de werkelijkheid draaglijker te maken. We drinken geen moedermelk van koeien, maar melk of koemelk. We spreken niet over het kind van een koe, maar over een kalf. Deze verschuivingen in woordgebruik lijken onschuldig, maar ze onttrekken de werkelijkheid aan het zicht. Zoals Van Koppen zegt: “Er gebeuren dingen in onze maatschappij waar we niet over spreken, omdat het geen fijn verhaal is, bijvoorbeeld zoals wij omgaan met de kinderen van andere dieren in de veehouderij.” Ecolinguïstiek laat zien dat taal niet neutraal is, maar moreel geladen.
Dieren als handelende wezens
Dieren worden steeds vaker gezien als actieve deelnemers met een eigen stem en handelingsvermogen, niet langer als passieve wezens. Dat vermogen om te handelen en invloed uit te oefenen wordt aangeduid met de term agency. Hun gedrag – zoals van een moederkoe die luid loeit als haar baby bij haar wordt weggehaald tot een kat die miauwt om aandacht – laat zien dat ze communiceren, verzet bieden en invloed uitoefenen op hun omgeving. Ook ons eigen taalgebruik kan de agency van niet-menselijke dieren versterken of juist weghalen.
Van Koppen pleit dan ook voor een bewustere manier van spreken. “Als je bijvoorbeeld zegt dat je met dieren ‘samenleeft’ in plaats van ze simpelweg te ‘bezitten’, erken je hun rol, hun perspectief en hun aanwezigheid in de wereld en in de geschiedenis.” Tegelijkertijd erkent ze dat het moeilijk is om volledig te ontsnappen aan ons menselijke perspectief. “We zijn immers zelf mens, maar wat we wel kunnen doen is het serieus nemen van dieren als individuen met een eigen stem.”
Geschiedenis mét dieren
Ook historische taal laat zien hoe mensen over dieren dachten. In Vroegmoderne dieren in de Nederlanden onderzoeken (kunst)historici hoe geschiedkundige bronnen vormen van agency zichtbaar kunnen maken. Daarbij wordt het begrip niet gezien als absolute vrije wil, maar als een breed concept dat kan variëren van kleine invloeden tot volledig zelfstandig handelen. In de vroegmoderne Nederlanden waren dieren vooral van praktisch nut. Ze hielpen bijvoorbeeld bij arbeid en waren een bron van voedsel. Tegelijkertijd werden ze bewonderd en bestudeerd, maar altijd van uit een menselijk perspectief.

De verschuiving van een geschiedenis óver dieren naar een geschiedenis mét dieren weerspiegelt een bredere verandering in hoe wij denken over de natuur. De bundel biedt niet alleen nieuwe inzichten in een periode die we dachten te kennen, maar ook een methodische uitnodiging om bronnen anders te lezen, dierlijke agency serieus te nemen en de geschiedenis te verrijken met perspectieven die lang onzichtbaar bleven.
Vroegmoderne dieren in de Nederlanden, onder redactie van Judith Brouwer (Huygens Instituut & Meertens Instituut) en Djoeke van Netten (Universiteit van Amsterdam), verschijnt rond 26 november 2025 bij Leuven University Press. Lees meer.
Lees meer
- Over Van Koppens huidige onderzoeksproject Kat-mens-interacties

