In de media

November 2025: Straattaal vind je overal

Straattaal heeft Nederland veroverd. En Surinaams speelt daarin een hoofdrol. Woorden als osso, fittie, doekoe en mattie worden inmiddels overal gebruikt, sommige hebben zelfs een plekje in het Van Dale-woordenboek gekregen, legt straattaalonderzoeker Khalid Mourigh uit.

Taalwetenschapper en schrijver Khalid Mourigh komt straattaal overal tegen, ook als hij op witte scholen in het Gooi voor een klas staat. “Het is een mix van vooral Surinaamse woorden met een Marokkaans accent. In de jaren 90 hoorde je straattaal in Amsterdam en nog een paar steden. Maar inmiddels zeggen jongeren in alle delen van Nederland dat ze naar osso (huis) gaan of geen doekoe (geld) hebben.”

Omslag van Denkend aan Hollands, het nieuwe boek van Khalid Mourigh. In een beige-groene getegelde vloer staan de titel van het boek, auteur, en de uitgeverij: Cossee.

Mourigh deed onderzoek naar straattaal en schreef eerder dit jaar het boek Denkend aan Hollands: wat taal zegt over wie we zijn over dit fenomeen. Volgens Mourigh is straattaal voortdurend in beweging en heel creatief. “Vaak wordt er afkeurend over gedaan omdat er sprake van taalverloedering zou zijn, maar wij als taalkundigen geloven daar niet in”, stelt Mourigh. “Taal verandert, dat is van alle tijden. Toen ik op school zat, schreef ik zelden. Misschien een opdracht voor Nederlands, maar daar bleef het bij. Door social media en WhatsApp schrijven jongeren de hele dag door en wordt taal steeds informeler.”

De meeste straattaalwoorden komen uit het Surinaams. “Er zijn ook Engelse invloeden, enkele Marokkaanse woorden en soms sijpelt er een beetje Papiaments doorheen”, weet de onderzoeker. “Dushi (schatje) is daar een voorbeeld van.” Dit komt omdat Surinamers altijd al Nederlands spraken en Marokkanen dat ook snel zijn gaan doen.

Stoppen met straattaal

Meestal verdwijnt straattaal weer als jongeren richting de twintig gaan en op AN (’algemeen Nederlands’) overstappen. “Dan wordt het niet meer geaccepteerd als ze met een accent blijven praten. Vergelijk het met Brabants of Gronings, ook daar kleeft een imago aan. Brabants kan nog als gezellig worden gezien, maar plat Gronings wordt als boers en dommig weggezet.” Toch kan een accent of een bepaald taaltje prima ernaast blijven bestaan, zegt Mourigh. “In Engeland werd al in de jaren 80 onderzoek naar straattaal gedaan. Een van de jongeren die destijds meedeed, is inmiddels een succesvol ondernemer en spreekt beschaafd Engels. Maar met zijn vrienden gebruikt hij nog steeds die taal van toen.”

Lees het artikel van de Telegraaf (voor abonnees, 20 november 2025).