Uitgelicht

Kaasus Nederland

In april 2023 verschijnt het boek Kaas = NL?, een initiatief van de onderzoeksgroep NL-Lab. Het boek richt zich op het ‘uitpakken’ van een klassiek Nederlands symbool: kaas. Hoe maakt kaas Nederland? Marieke Hendriksen, interim hoofd van NL-Lab en een van de auteurs, vertelt hoe het boek tot stand kwam, en waarom het zo interessant is om kaas als identiteitsvormend symbool van verschillende kanten te bevragen.

Door: Olga Leonhard

Omslag Kaas = NL?

Het debat in Nederland over nationale identiteit is in de eenentwintigste eeuw sterk gepolariseerd. Een grote groep mensen beschouwt ‘Nederlandsheid’ als een homogene, vaststaande cultuur en identiteit; veel anderen willen die identiteit juist in twijfel trekken of deconstrueren. Is het mogelijk om een uitweg te vinden uit die twee standpunten, en het debat op een nieuwe manier te benaderen?

Dat soort vraagstukken lagen aan de basis van NL-Lab, de onderzoeksgroep van de KNAW die in 2019 is ontstaan als een samenwerkingsverband tussen het Meertens Instituut en het Huygens Instituut. Een van de ideeën was om het onderzoek te richten ‘op de concrete materialiteit van Nederland’. Niet wat is Nederland, maar: hoe wordt Nederland gemaakt? En waar beter te beginnen dan bij kaas, een symbool dat op zo veel manieren wordt gekoppeld aan Nederland?

Hendriksen: “We hadden het SCP-rapport gelezen over de staat van Nederland en de Nederlandse identiteit – en het viel ons allemaal op dat er een lijstje werd opgesomd van typisch Nederlandse dingen. Ook kaas stond daartussen. Daar hadden we meteen allemaal ideeën bij.” Het bleek de perfecte ‘kaasus’ om als interdisciplinaire onderzoeksgroep de tanden in te zetten. Uiteindelijk droegen zo’n dertig auteurs vanuit verschillende expertises bij aan het boek, zowel vanuit de onderzoeksgroep en het Meertens en het Huygens als daarbuiten. 

Kaas uitpakken

Kaaspapier Beemster kaas, 2021. Foto: Leonie Cornips

In het eerste hoofdstuk gaan auteurs en redacteuren Leonie Cornips, Marieke Hendriksen en Geertje Mak in op ‘de dikke nationale betekenislagen’ waarin kaas is verpakt. Daar beginnen ze vrij letterlijk mee: met een analyse van de verpakking van Beemsterkaas. Die laat een romantisch beeld zien van een traditie van kaasmaken die van generatie op generatie wordt doorgegeven, waar gebruik wordt gemaakt van ambachtelijke technieken, van melk van grazende koeien in de wei, en waarbij de kaas in alle rust kan rijpen.

Dit kleinschalige, authentieke beeld staat haaks op de realiteit van moederbedrijf CONO, een megaconcern dat jaarlijks 406 miljoen kilo melk produceert en in 2021 een omzet van 268 miljoen genereerde – een feit dat het bedrijf overigens zelf niet verbloemt, die informatie komt rechtstreeks van de eigen website. Maar consumenten moeten er wel zelf naar zoeken, en de meesten zullen dat niet snel doen. Het ‘gevaar’ van zo’n eenzijdig beeld is dat het ons ‘het zicht op veel meer variaties in het Nederlandse landschap en Nederlanders “ontneemt”’, schrijven de auteurs. In dit boek worden dit soort ‘mythes’ rondom kaas en de Nederlandse identiteit verder uitgepakt.

Kaas, emoties en klimaat

Toch is het zeker niet de bedoeling van de auteurs om de nationale cultuur en identiteit rondom kaas af te doen als een nationalistische fictie. Eerder zijn ze geïnteresseerd in hoe dat dan eigenlijk werkt, zo’n identiteitsvormend symbool. Hendriksen: “Waar komt het vandaan? Wat voor mensen en dieren en factoren spelen een rol in de totstandkoming? Mensen kunnen zich er heel erg bewust van zijn dat iets wat ze als identiteit waarderen een constructie is, misschien zelfs een heel recente constructie, maar dat betekent vaak niet dat ze er daardoor ineens minder aan gehecht zijn, of bereid zijn om het los te laten.”

Begrijpen hoe dat werkt is ook van belang bij het inzichtelijk maken van maatschappelijke problemen, zoals de stikstofcrisis – iets waar NL-Lab zich vanuit de KNAW op toelegt vanuit het Klimaat Initiatief Nederland. “Je kunt zeggen: er moeten boerenbedrijven verdwijnen, of die koeien moeten allemaal op stal. Maar tegelijkertijd dragen die koeien en dat landschap bij aan dat gevoel van een gezamenlijke identiteit. Het is ook een vorm van cultureel erfgoed.”

Floris Claesz. van Dijck, Stilleven met kazen, ca. 1615. Rijksmuseum SK -A-4821

Emoties en zintuiglijkheid spelen daarbij een grote rol. Hendriksen noemt de bijdrage van antropoloog Else Vogel, die in haar hoofdstuk allerlei problematische kanten van de zuivelproductie uitlicht, maar tegelijkertijd ook heel eerlijk zegt: ‘ik wil die kaas eten, ik wil zuivel eten’. Hendriksen: “Het gaat over emoties, en over zintuiglijke ervaringen, en over genot. En dat kun je afdoen als niet rationeel, of niet objectief, maar het is wel gewoon een gegeven. Het speelt ook een rol in hoe mensen stemmen, bijvoorbeeld.”

Kaas in de praktijk

Naast de hedendaagse en historische verbeelding van kaas ligt er in het boek een grote nadruk op alledaagse praktijken rondom kaas – hoe kaas concreet verbonden is met Nederland. De auteurs brengen aspecten van de keten zo zorgvuldig mogelijk in kaart en staan soms letterlijk met de poten in de modder, als ze naar verterende en communicerende koeien kijken bijvoorbeeld.

Hendriksen: “Kaas zou waarschijnlijk nooit zo’n dominant symbool van Nederland zijn geworden en gebleven als het niet een hele lange traditie zou hebben van het maken, het exporteren en het promoten van kaas. En dat heeft allerlei implicaties voor hoe je met dieren omgaat, hoe je landschap eruit gaat zien, hoe mensen zich voeden, hoe ze over zuivel denken: het is heel erg met elkaar verknoopt.”

Fonologische kaaskaart

Ook de ‘taalkundige poot’ van het Meertens is vertegenwoordigd in het boek. Zo wordt ingegaan op alle woorden voor kaas die het Nederlands gekend heeft, en is op een fonologische ‘kaaskaart’ te zien hoezeer de uitspraak van kaas varieerde onder Nederlanders anno 1939. Zelfs de taal van de koe zelf komt aan bod, met onder andere een fonetische analyse van haar loeigeluiden – ‘een wereldprimeur’.

Wat verder opvalt is het taalgebruik van het boek zelf – dat is toegankelijk en speels, met veel spreekwoorden en metaforen rondom kaas. Hendriksen: “We wilden dat het boek toegankelijk werd voor een breed publiek. Tegelijkertijd wilden we ook laten zien wat taal kan doen, en dat het ertoe doet hoe je iets noemt. Zoals bij het voorbeeld van het kaaspapier.”

De fonologische kaart ‘Kaas’, in: Ludovic Grootaers en Gesinus G. Kloeke, Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland (TNZN). Aflevering 3, kaart 10 (Leiden: Brill, 1939-1972), © Meertens Instituut

Kaasbewustzijn

Kaas = NL? brengt aspecten van kaas als symbool en praktijken rondom kaas vanuit verschillende invalshoeken scherp in beeld. De auteurs claimen daarmee niet met een eenduidig antwoord te komen op vraagstukken rondom identiteit en klimaat, maar maken wel inzichtelijk hoe dat werkt, zo’n identiteitsvormend symbool. Ze hopen daarmee de lezer aan het denken te zetten.

Hendriksen: “Ik zou het liefste willen dat ze de volgende keer als ze bij het kaasschap staan, in de supermarkt of bij de kaasboer, even aan dit boek denken. Of als ze koeien in de wei zien. Of als er weer een debat wordt gevoerd over stikstof. Dat ze dan denken aan alles wat er schuilgaat achter zo’n kaas of zo’n koe. En dat het misschien een klein beetje de keuzes die ze maken beïnvloedt – dat zou natuurlijk helemaal mooi zijn.”

Kaas = NL? Melk, koe, ras, kolonie, taal, kunst, mest en meer, red. Leonie Cornips, Marieke Hendriksen en Geertje Mak, verschijnt in april 2023 bij Uitgeverij Sterck & DeVreese. Hier vast te bestellen.

Auteurs: Suzanne Bernhardt, Anke Bosma, Leonie Cornips, Lodewijk Dros, Sophie Elpers, Richard Fitch, Marieke Hendriksen, Inger Leemans, Sjoerd Levelt, Geertje Mak, Esther Peeren, Tess Post, Kirsty Rolfe, Nicoline van der Sijs, Sanne Steen, Marijn Stouthamer, Bert Theunissen, Diedrik van der Wal, Esther van Raamsdonk, Rachel Willie, Vincent van Heuven, Ton van Kalmthout, Oskar Verkaaik, Else Vogel, Douwe Zeldenrust