In de media

November 2025: “Straattaal is geen bedreiging voor het Nederlands”

Taalwetenschaper Khalid Mourigh doet onderzoek naar straattaal. Anders dan je zou denken, heeft die taal wel degelijk allerlei regels. En het belang ervan moet je niet onderschatten.

Portretfoto van Khalid Mourigh

Als onderzoeker bij het Meertens Instituut bestudeert Khalid Mourigh de laatste jaren vooral een taal waarvan de invloed toeneemt, namelijk die van de straat. “Straattaal is geen bedreiging voor het Nederlands, maar een variant daarvan, met een eigen grammatica. Ik vergelijk het gebruik weleens met andere taalvarianten, zoals het Limburgs of het Achterhoeks. Met opa en oma, ooms en tantes spreek je Limburgs, op school gebruik je Standaardnederlands. Straattaal wordt vooral gesproken met leeftijdgenoten.” Straattaal ontstond in de multi-etnische wijken van de grote steden, vooral vanuit het Sranantongo, de taal van Surinaamse creolen. “We hebben het sterke vermoeden dat de oorsprong ligt in Rotterdam, waar Surinamers het Nederlands met het Sranantongo gingen mengen.”

Talen hebben een sterk sociaal aspect. Sommige taalkenmerken hebben een mainstreamprestige en zijn heel zichtbaar, zoals de Gooische r. “Andere taalvarianten hebben dan weer covert prestige, waarmee gebruikers zich juist afzetten tegen de mainstream. Het is rebels, het is anti. Deze jongeren kunnen ook gewoon Nederlands spreken als het nodig is, maar binnen hun groep is het juist stoer om met een Marokkaans accent te praten,” vertelt Mourigh.

Als kenner van straattaal heeft Mourigh ook de rol van brug tussen generaties. “Ik krijg ontzettend veel uitnodigingen van scholen. Leerlingen zijn ook erg geïnteresseerd, van het vmbo in Almere tot het gymnasium in Den Bosch. En de docenten willen de taal van hun leerlingen beter begrijpen. Ik vind het mooi dat ik dan kan vertellen hoe straattaal in elkaar zit. En dat het een taal is die er mag zijn.”

Lees het artikel van EW Magazine (voor abonnees, 3 november 2025).