Publicatiedatum: 4 december 2025
Voorouders, emoties en heling: nieuw onderzoek naar de doorwerking van de slavernij
Het Nederlandse slavernijverleden is vandaag de dag nog steeds zichtbaar in ongelijkheid en racisme, maar ook in de verbroken verbinding tussen nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en hun voorouders. Antropoloog Markus Balkenhol vertelt in dit interview over Afterlives of Slavery, een project over hoe nazaten spiritualiteit, genealogie en therapie gebruiken om met dit verleden om te gaan.

Door: Britt van Sloun
Balkenhol pakt dit aan met een transdisciplinaire opzet. Hij gaat in gesprek met een Winti-priesteres, een psychiater en genealogen. Daarmee wil hij niet alleen beschrijven hoe de verbroken banden met voorouders eruitzien, maar ook welke praktijken tot heling kunnen leiden. In het bijzonder kijkt hij welke rol de Winti-traditie hierin speelt. Winti is een Afro-Surinaamse religie. Het ontstond tijdens de slavernij, toen tot slaaf gemaakte mensen hun Afrikaanse rituelen combineerden en aanpasten om zo een nieuw geloofssysteem op te bouwen.
Religie als een vorm van herinneren
Binnen de Surinaamse Winti-religie spelen voorouders een belangrijke rol. Zij worden gezien als spirituele wezens die houvast en bescherming bieden aan hun nakomelingen. De spirituele band met de voorouders vormt het startpunt voor Balkenhols onderzoek naar wat herstel vandaag kan betekenen voor nazaten van tot slaaf gemaakte mensen. “Herstel begint met het erkennen van wat verbroken is en de wil om opnieuw verbinding te maken,” zegt Balkenhol. Zijn onderzoek werkt met de hypothese dat heling genealogische, psychische en spirituele dimensies heeft.
Religie kan in dit opzicht ook functioneren als een vorm van herinnering. “Religie geeft toegang tot het bovennatuurlijke, maar is ook een herinneringsmedium,” legt Balkenhol uit, “het grijpt terug naar een verleden.” Voor veel nazaten van tot slaaf gemaakte mensen vormt de Winti-traditie een manier om contact te herstellen met wat door de koloniale onderdrukking verloren ging. Via rituelen, muziek en gebeden herdenken mensen het verleden en geven ze het een plaats in hun levensverhalen. Daarmee wordt Winti een middel om herinneringen te verbinden met hedendaagse identiteiten.
De verstoorde relatie met de voorouders
Voor veel nazaten van tot slaaf gemaakte mensen is de band met hun voorouders verbroken. Veel namen van Afrikaanse voorouders zijn niet bekend en er zijn nauwelijks archieven. Dat maakt het erg ingewikkeld te weten van wie men precies afstamt. Het ontbreken van namen en archieven heeft praktische gevolgen voor genealogisch werk. “Maar het versterkt ook gevoelens van gemis die tot spanningen binnen families kunnen leiden, zeker wanneer religieuze vooroordelen meespelen,” vertelt Balkenhol.
Onder invloed van het koloniale verleden en de christelijke achtergrond van de kolonisten, kregen sommige tot slaafgemaakte mensen het gevoel dat Winti een vorm van ‘zwarte magie’ is. Dit sentiment is doorgegeven van generatie op generatie en het veroorzaakt bij sommigen vandaag de dag nog steeds voor spanningen. Zo ontstaan er soms conflicten binnen families of gemeenschappen tussen degenen die de Winti-traditie volgen en degenen die het christelijke geloof omarmen. Balkenhol legt uit dat spanningen rondom geloof ook altijd een sociale kwestie zijn.
Drie wegen naar heling
Balkenhol werkt met een Winti-priesteres, een psychiater en genealogen omdat vragen over voorouders tegelijk historische, psychische en spirituele dimensies hebben. “Als mensen genealogisch onderzoek doen om hun familiegeschiedenis te reconstrueren kunnen ze worden overvallen door emoties, omdat ze herinnerd worden aan het slavernijverleden. Hier raakt genealogie aan psychologie,” legt Balkenhol uit. Psychiaters kunnen helpen om met deze emoties en het trauma om te gaan, maar hij wijst er ook op dat westerse begrippen als trauma niet altijd toereikend zijn.
“In Winti-tradities wordt duidelijk waarom het begrip trauma soms de lading niet helemaal dekt. De aanwezigheid van emoties wordt gezien als een aanwezigheid van de voorouders.,” vertelt Balkenhol. “Ze kunnen mensen beïnvloeden of zelfs tijdelijk ‘bezitten’. Zulke ervaringen vragen om een andere benadering van heling, waarin psychologie en spiritualiteit samenkomen. Genealogische verenigingen kunnen hier vaak weinig mee, en psychiaters soms ook niet.” Mensen vinden daarom via rituelen en spiritualiteit eigen manieren om met deze ervaringen om te gaan. “Of je dat nou afkeurend magie noemt of religie, de voorouders komen toch in beeld,” zegt Balkenhol.
Vertrouwen opbouwen
In de eerste fase voert Balkenhol diepte-interviews met genealogen, psychiaters en Winti experts. Deze gesprekken vormen de basis voor een tweedaagse workshop waarin deelnemers verkennen hoe emoties, spiritualiteit, herinnering en familiegeschiedenis elkaar beïnvloeden. “Ik wil niet alleen kennis ophalen,” vertelt Balkenhol, “maar ook een methodologie ontwikkelen die bruikbaar is binnen het historische, psychologische en spirituele domein.”
In zijn onderzoek betekent heling niet het wegnemen van pijn, maar het herstellen van relaties – met jezelf, met elkaar en met de voorouders. Daarbij is Balkenhol zich bewust van zijn eigen positie als witte, niet-gelovige onderzoeker die werkt met Afro-Surinaamse gemeenschappen. “Vertrouwen en wederkerigheid zijn erg belangrijk,” benadrukt hij. “Ik wil graag samen met mensen werken, niet over mensen spreken.” De eerste fase van het project is daarom vooral voorbereidende verkenning waarin hij kijkt naar hoe je op een respectvolle en verantwoorde manier gesprekken kunt voeren over voorouders, trauma en spiritualiteit, voordat het onderzoek breder getrokken wordt.
De doorwerking van slavernij in de samenleving
Door Winti, psychologie en genealogie te verbinden wil Balkenhol met zijn onderzoek laten zien dat herstel verschillende vormen kan aannemen. Van het terugvinden van een naam in het archief tot het ervaren van spirituele nabijheid van de voorouders. Hij hoopt met dit onderzoek een steentje bij te dragen aan processen van heling. Daarnaast wil hij met dit project onderzoeken of deze aanpak kan leiden tot een breder onderzoeksprogramma.
Balkenhol voegt er nog aan toe dat herstel niet alleen iets is voor nazaten. Ook voor de bredere Nederlandse samenleving werkt het slavernijverleden door in het heden. In deze fase richt hij zich op de Afro-Surinaamse gemeenschap, maar in de toekomst wil hij ook witte Nederlanders betrekken bij zijn onderzoek. “Het slavernijverleden kent naast slachtoffers namelijk ook daders”, zegt hij. “Echte heling kan pas plaatsvinden wanneer we allemaal, dus ook daders en toeschouwers, kijken naar onze plaats in dat verleden. Zoals Toni Morrison het verwoordde: ‘Je kunt mensen niet eeuwenlang onderdrukken zonder dat je eigen menselijkheid daar schade van ondervindt.’”
Lees meer
- Onderzoeksproject Afterlives of Slavery
- In juni 2025, in aanloop naar Keti Koti, droeg Balkenhol bij aan een bundel met verhalen over de doorwerking van het slavernijverleden.

