Publicatiedatum: 18 december 2025
7 vragen over ‘Venster op thuis: Gezelligheid ontleed’
Het Nieuwjaarsboekje van het Meertens Instituut gaat dit jaar over ‘thuis’ in Nederland. Wat was de aanleiding om voor dit thema te kiezen? Hoe is het idee van thuis in Nederland veranderd door de jaren heen? Redacteuren Markus Balkenhol (antropoloog) en Nina Lamal (historicus) beantwoorden 7 vragen over de totstandkoming van deze bundel.

Vanuit historische, culturele en taalkundige perspectieven nemen de auteurs de lezer mee langs uiteenlopende vormen van thuis: van kloosters en toko’s tot herinneringen, geuren en talen. Tegelijkertijd kan ‘thuis’ ook negatieve kanten hebben, zoals uitsluiting of geweld. De auteurs laten zien dat ‘thuis’ geen vaststaand begrip is, maar iets dat voortdurend wordt gevormd in de interactie tussen mensen, dieren en dingen, en dat zowel persoonlijke als maatschappelijke en politieke betekenissen heeft.
De bundel omvat bijdragen van onderzoekers van het Meertens Instituut, het Huygens Instituut, onderzoeksgroep NL-Lab en samenwerkingspartners van de instituten.
1. Wat was de aanleiding om juist nu het thema ‘thuis’ centraal te stellen in deze editie?
Markus: Het thema ’thuis’ past goed binnen het gezamenlijke onderzoeksprogramma van de instituten van het KNAW Humanities Cluster. Collega Ernst van den Hemel stelde het voor omdat het veel lopende onderzoeken verbindt. Het raakt aan taal, rituelen, cultuur en actuele maatschappelijke kwesties. Binnen het Meertens Instituut is het bovendien een klassiek thema, met eerder onderzoek naar interieurs en Marokkaans-Nederlandse woonculturen. Tegelijkertijd is thuis vandaag sterk politiek beladen. Denk aan discussies over asiel, migratie en klimaatverandering die ons gevoel van veiligheid en verbondenheid beïnvloeden. Ook het idee van de natie als ’thuis’, en wie daar wel of niet bij hoort, maakt het thema uiterst actueel.
2. De ondertitel is ‘gezelligheid ontleed’. Wat betekent dit?
Nina: ‘Gezelligheid’ is het eerste woord waar veel mensen aan denken bij thuis. Het klinkt warm en vertrouwd, maar wij wilden die vanzelfsprekendheid juist bevragen. Wat betekent ‘gezelligheid’ eigenlijk, en voor wie is een plek werkelijk gezellig of veilig? Met het ontleden van dat begrip wilden we de verschillende lagen laten zien, de sociale, politieke en emotionele dimensies, en ook laten zien dat thuis lang niet voor iedereen een harmonieuze of comfortabele plek is.
3. Jullie openen de bundel met een reclamebeeld vol warmte en geborgenheid, ‘eindelijk thuis’. Waarom kozen jullie juist dat clichébeeld als vertrekpunt voor een wetenschappelijke verkenning van thuis?
Markus: Omdat dat precies het type beeld is dat we wilden ontleden. Reclames tonen een heel herkenbaar, schijnbaar universeel beeld van samen aan tafel zitten of gezellig op de bank, het lijkt vanzelfsprekend. Maar als antropoloog vind ik het interessant om het vertrouwde juist vreemd te maken. Thuis lijkt zo gewoon, maar zodra je er met afstand naar kijkt, blijkt het niet alleen vol betekenis, maar ook een plek waar fysieke en symbolische grenzen worden getrokken en onderhandeld. Het beeld van ‘het perfecte huis’ komt voortdurend terug in reclames; als je dat niet hebt, val je eigenlijk buiten de norm. Dat spanningsveld zegt veel over hoe sterk culturele beelden van thuis werken in onze samenleving.
4. In de bundel wordt ’thuis’ niet alleen als een plek gezien, maar ook als een gevoelswereld vol relaties, herinneringen en conflicten. Waarom was het belangrijk om juist die gelaagdheid te benadrukken?
Nina: Vanuit de historische hoek is lang vooral gekeken naar het huis als object: aan de hand van boedelinventarissen bestuderen hoeveel kamers er waren en welke spullen mensen hadden. Wij wilden verder gaan en nadenken over de ervaringen van thuis in het verleden: over herinneringen, over samenleven, over spanningen. Mensen dragen thuisgevoel met zich mee, ook als ze niet meer op die plek wonen. Markus noemde net al dat thuis niet vanzelfsprekend is: het is niet alleen fysiek, maar ook emotioneel en relationeel. Dat laten we in het boek zien aan de hand van thema’s als heimwee, migratie, verlies, rituelen en conflicten.
Markus: En juist dat past ook bij het idee van ontleden. We willen voorbij het huis met het puntdak en de voordeur kijken, en zichtbaar maken dat thuis niet altijd tastbaar of eenduidig is. Veel mensen vinden het zelfs moeilijk om onder woorden te brengen wat hun thuis eigenlijk is; dat zegt al genoeg.
5. Nina, hoe is het idee van ’thuis’ in Nederland veranderd door de eeuwen heen, en waarom werd het vanaf de zeventiende eeuw meer als een privéplek gezien?
Vanaf de zeventiende eeuw ontstond in de hogere klassen het idee van het huis als privéruimte, gericht op het kerngezin. In de Nederlandse schilderkunst verschoof de aandacht naar het weergeven van huiselijke scènes, met focus op de dagelijkse activiteiten van vrouwen binnenskamers. Voor de meeste mensen bleef samenleven met nauwe en verre verwanten, leerjongens en personeel echter de norm. Later, in de negentiende eeuw, groeide de scheiding tussen privé en publiek verder. Het ideaal van de ‘thuisblijvende vrouw’ werd een statussymbool, terwijl vrouwen eerder vaak werkten. Medische en religieuze opvattingen versterkten dat beeld. Het moederschap werd moreel verheven en het huis symbool van orde, hygiëne en deugdzaamheid.
6. Markus, je noemt het begrip contactzone. Waarom vind je dat zo’n interessante manier om naar het begrip ’thuis’ te kijken?
Het begrip komt van de taalwetenschapper Mary Louise Pratt, die het gebruikte om te beschrijven hoe mensen uit verschillende culturen, vaak in koloniale situaties met elkaar in contact kwamen en elkaars taal beïnvloedden. Wat mij aanspreekt, is dat een contactzone nooit zuiver of homogeen is. Het is een plek van frictie, wisselwerking en macht. Dat past precies bij hoe wij naar thuis kijken: niet als iets een afgebakende plek, maar als een ruimte waar ontmoetingen plaatsvinden tussen mensen, culturen, rituelen, maar ook tussen mensen en dieren, geuren, objecten of zelfs microben. Thuis is voortdurend in beweging, het is niet één ding.
7. Welke inzichten of interessante perspectieven heeft het samenstellen van dit boek opgeleverd over wat thuis vandaag betekent in Nederland?
Markus: Wat mij opvalt, is hoe sterk thuis tegenwoordig weer als identiteitsmarker wordt ingezet: wie hoort erbij, wie niet? Tegelijkertijd laat het onderzoek ook zien dat mensen ongelooflijk creatief zijn in het voortdurend opnieuw maken van thuis; soms ver weg, soms in iets kleins: een ritueel, een geur, een verhaal. Dat maakt ‘thuis’ tot een dynamisch, levend begrip.
Nina: En historisch gezien is het fascinerend om te zien dat er nooit één vast idee van thuis is geweest. Het verandert met generaties, met maatschappelijke structuren en met ideeën over gender, werk en zorg. Wat wij nu vanzelfsprekend vinden, het gezin in een afgebakende woning, is het product van een bepaalde tijd. Door dat historisch te ontrafelen, word je je bewust van hoe cultureel bepaald dat gevoel van vanzelfsprekendheid eigenlijk is.
Venster op thuis: Gezelligheid ontleed ligt vanaf half januari 2026 in de winkel, en is nu al online te bestellen. Op 13 januari 2026 is de openbare boekpresentatie in Perdu in Amsterdam, meer info over het programma vind je hier.
De bundel is samengesteld door Markus Balkenhol, Nina Lamal, Olga Leonhard en Britt van Sloun van het Humanities Cluster van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). Het is een publieksboek van het Meertens Instituut, het onderzoeksinstituut voor taal en cultuur in Nederland. Elk jaar verschijnt er een uitgave rond een centraal thema; dit jaar is dat ‘thuis’.
Boekinformatie

Venster op thuis: Gezelligheid ontleed | Redactie: Markus Balkenhol, Nina Lamal, Olga Leonhard en Britt van Sloun, met verdere bijdragen van Janna oud Ammerveld, Judith Brouwer, Leonie Cornips, Marlies Couch, Jan Willem Duyvendak, Sophie Elpers, Ernst van den Hemel, Marjo van Koppen, Danielle Kuijten, Marianne de Laet, Inger Leemans, Jelle van Lottum, Dirk van Miert, Khalid Mourigh, Etske Ooijevaar, Irene van Renswoude, Jules Rijssen, Irene Stengs, Jos Swanenberg, Mariken Teeuwen, Marc van Zoggel | Uitgever: Sterck & DeVreese | ISBN 9789464714562| Paperback | 160 pagina’s | Verkoopprijs € 24,90 | Vanaf 13 januari 2026 in de winkel, nu al online te bestellen

