Immaterieel erfgoed voor de UNESCO-erfgoedlijst
De Raad voor Cultuur maakte in een advies bekend welke vijf erfgoedpraktijken kansrijk zijn om te worden opgenomen op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed: Leidens Ontzet, heggenvlechten, fanfareorkesten, Pride Amsterdam en de woonwagencultuur. Meertens-onderzoeker Sophie Elpers was voorzitter van de commissie die het selectieadvies voorbereidde.

Immaterieel erfgoed is levend erfgoed dat wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en zich met de tijd mee blijft ontwikkelen. De opname op UNESCO’s ‘Representatieve Lijst van het Cultureel Immaterieel Erfgoed van de Mensheid’ maakt het erfgoed zichtbaar en zorgt daarmee voor borging.
Maar hoe wordt bepaald welke ‘erfgoedelementen’ internationale aandacht verdienen?
Selectieproces
De vijf genomineerden zijn voorgedragen door de Raad voor Cultuur, op basis van een advies van een deskundigencommissie onder leiding van Sophie Elpers. Ze zijn geselecteerd uit een lijst van ongeveer vierhonderd tradities, rituelen, festiviteiten en ambachten – de ‘Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland’, beheerd door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN).
Volgens Elpers is een cruciale voorwaarde dat de erfgoedbeoefenaars zelf goed georganiseerd en actief betrokken zijn. “UNESCO hecht er groot belang aan dat de beoefenaars zelf keuzes maken over hun erfgoed,” vertelt Elpers in een interview met Trouw. “Zij bepalen wat ze willen doorgeven aan toekomstige generaties en dragen zelf zorg voor de borging ervan. Dat is revolutionair in de erfgoedwereld.”
Daarom werden eerst alle erfgoedgemeenschappen bevraagd of zij interesse hadden om genomineerd te worden voor de internationale UNESCO-lijst. Dat gold voor iets meer dan 30 op de inventaris. Daarna ging de commissie door een complexe lijst van criteria waar erfgoedelementen aan moeten voldoen om genomineerd te worden, op basis van de 2003 UNESCO Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed.
Belang van toekomstplannen en ambitie
Elpers wijst er verder op dat toekomstplannen en ambitie een belangrijke rol speelden. “Een nominatiedossier maken is een flinke taak. We hebben gekeken of de gemeenschappen dat aankunnen en hoe ambitieus ze zijn.” Zo werd in 2017 het molenaarsambacht als eerste bijdrage vanuit Nederland op de UNESCO-lijst geplaatst, met als belofte om een internationaal molenaarsnetwerk op te zetten.
Gemeenschapsbetrokkenheid
De vijf geselecteerde elementen zijn uiteenlopend, maar delen een sterke gemeenschapsbetrokkenheid:
- Leidens Ontzet herdenkt de bevrijding van Leiden in 1574 en wordt jaarlijks gevierd met haring, wittebrood en hutspot evenals een herdenkingsdienst in de Pieterskerk, een optocht, vuurwerk en tal van activiteiten.
- Heggenvlechten is een ambacht waarbij vlechters bestaande heggen, meestal doornheggen, ondoordringbaar maken voor vee en wild. De praktijk wordt in stand gehouden door vrijwilligers en professionals.
- Fanfareorkesten, ontstaan in de 19e eeuw, spelen een centrale rol in dorpsfeesten en culturele evenementen. De Raad voor Cultuur adviseert om deze voordracht samen met België te doen omdat de traditie daar ook heel sterk is.
- Pride Amsterdam, met als hoogtepunt de iconische Canal Parade, is uitgegroeid tot een internationaal symbool van lhbti+-emancipatie.
- De woonwagencultuur, met haar unieke leefwijze en sterke familiebanden, staat al decennia onder druk, maar blijft vechten voor erkenning.
Minister beslist over uiteindelijke voordracht
Uiteindelijk moet minister Rianne Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) de keuze maken welke van deze vijf genomineerden als officiële ‘kandidaat’ wordt voorgedragen voor de UNESCO-lijst. Wanneer ze haar keuze maakt, is nog niet bekend. Volgens Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur, heeft Nederland een sterke staat van dienst: nog nooit werd een voordracht uit Nederland afgewezen.

