Uitgelicht

Onderzoek zet schijnwerpers op ons reukorgaan

In oktober verschijnt NeusWijzer. Geuratlas van de Lage Landen. Het boek brengt inzichten over geuren uit verschillende wetenschapsdisciplines samen. Vanuit het Meertens Instituut werd onderzoek gedaan naar geurwoorden en -ervaringen in Nederland.

Door: Mathilde Jansen

NeusWijzer is verbonden aan het Europese onderzoeksproject Odeuropa, waarin het historisch geurerfgoed van Europa wordt onderzocht door een team van Europese wetenschappers. “Het Europese geuronderzoek is de afgelopen jaren ontploft”, vertelt projectleider en historica Inger Leemans, die tevens interim-directeur is van het Meertens Instituut. Samen met mede-redacteur Caro Verbeek stelde zij NeusWijzer samen.

In het boek worden allerlei wetenschappelijke inzichten samengebracht. “Er zijn een paar grote doorbraken geweest in de biologie en in de chemie over de werking van ons reukorgaan. Sinds covid zijn er bovendien meer mensen die zich realiseren hoe belangrijk het is om te ruiken, niet alleen voor je welzijn maar ook voor je cognitie. En vanuit de geesteswetenschappen zijn er de laatste jaren meer studies verschenen over geur als cultureel verschijnsel.”

Inger Leemans ruikt kruiden bij Jacob Hooy, de oudste apotheek in Amsterdam, tijdens opnames voor de BBC Travel Show. Foto: Sofia Ehrich

Digitaliseringsslag

Hoewel we in Nederland veel pioniers hebben gehad in het geuronderzoek, is er nog maar weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het Nederlandse geurlandschap, vertelt Leemans. Dit in tegenstelling tot Frankrijk, dat een lange geschiedenis heeft als het gaat om parfumerie, of Engeland en Amerika, waar al allerlei boeken verschenen over geurcultuur, industralisatiedampen, en de ‘smell of slavery’. Vooral binnen de geesteswetenschappen heeft het reukorgaan in Nederland nooit eerder zo in de belangstelling gestaan als nu.

Volgens Leemans heeft dat ook veel te maken met de digitaliseringsslag die er de afgelopen decennia gemaakt is. “Geur is een multidisciplinair onderwerp. Dus je moet kriskras door literaire bronnen, medische archiefstukken. Te veel om handmatig te doen.” De onderzoeker vertelt hoe ze het hele Woordenboek der Nederlandse Taal heeft doorgespit op geurwoorden, maar dan wel de digitale versie. “Als je dat analoog had moeten doen, was dat een hels karwei geweest.”

Prent uit 1824, “Twee vrouwen ruiken een vreemde geur, er achter een hurkende man”, anoniem, Collectie Rijksmuseum. Binnen Odeuropa werd een grote hoeveelheid schilderijen en prenten digitaal doorzocht op ‘geurinformatie’.

De geur van heiligheid

Geur speelt van oudsher een rol in verschillende contexten, van religie tot de medische wereld en cosmetica, vertelt de historica. Zo kom je in de Bijbel al reukwerkers tegen, hogepriesters die een uitgebreide kennis hadden van reukstoffen. “Reuk werd onder andere gebruikt om in hoger sferen te komen, met wierook bijvoorbeeld. Daar refereert de uitdrukking ‘geur van heiligheid’ nog aan.”

Ook werd geur vroeger veel meer ingezet als medicijn. “Tot aan de ontdekking van bacteriën dachten mensen dat geurdampen, ook wel miasma’s genoemd, ziekten overbrachten”, vertelt Leemans. “Zodra het ergens stonk, kon er een wolk hangen waarin ziekte zat. Mensen gingen zich verweren tegen die geurdampen met aromatherapie. Ze hingen bijvoorbeeld pommanders om hun nek of aan de riem met welriekende geurstoffen, als schild tegen die bedreigende meuren.”

Odeuropa-onderzoeker Lizzie Marx ruikt de binnen het project gereconstrueerde geur van de pommander, terwijl ze kijkt naar een portret van Eitel Besserer met pommander doorMartin Schaffner, 1516, in Museum Ulm, foto: Sofia Ehrich

Van geurkoekje tot consumentenlokker

Maar er werd ook gedacht dat organen als hersenen en baarmoeders konden ruiken. “Ik heb een reconstructie gemaakt van een geurkoekje, alypta muskata, dat werd gebruikt tegen hysterie. Daarbij dacht men dat de baarmoeder van de vrouw door het lichaam stuiterde. Dat koekje moest je branden om de zoete rook onder de rokken te laten dampen, zodat de baarmoeder naar beneden werd gelokt. Tegelijkertijd werden vieze geuren in de neus gebracht om de baarmoeder naar beneden te duwen.”

Hoewel geuren nog steeds een rol spelen in een religieuze en een medische context – denk aan wierook in de katholieke kerk en aromatherapie in de alternatieve geneeskunde – associëren we het heden ten dage toch meer met de parfumindustrie en de commercie in het algemeen: winkeliers gebruiken de geur van brood om klanten naar binnen te lokken en de geur van chocolade om mensen langer in de winkel te houden.

Geuren in het dialect

Vaak wordt beweerd dat het Nederlands in vergelijking met andere talen weinig geurwoorden kent. Maar daar valt volgens Leemans wel wat op af te dingen. “Het onderzoek dat we hebben verricht voor de NeusWijzer geeft aan dat we een rijkere geurtaal hebben dan we altijd dachten. Als je je blik verruimt naar dialecten en regionale talen, kom je verrassend veel geurwoorden tegen.”

“Dat we zo’n rijk geurlexicon hebben wisten we niet, omdat het niet eerder op deze manier is onderzocht. Wij zijn de eerste groep onderzoekers die geurwoorden zijn gaan ophalen in de regio.” Daarvoor stuurde het Meertens Instituut een digitale vragenlijst naar informanten van het Meertens Panel, maar de vragenlijst werd ook breder verspreid in Nederland en België. Uiteindelijk werd deze ingevuld door 1850 respondenten. “We kwamen woorden tegen zoals jirre of jarre, dat in het noorden van Nederland gebruikt wordt om de geur van modder of modderlaarzen te beschrijven. Dat heb je in Brabant niet, maar daar zijn ze dan weer dol op meuren en alle varianten daarop.”

In dezelfde vragenlijst vroegen de onderzoekers naar zogenaamde ‘geurwenswoorden’. Er werd gevraagd: Zijn er geurpraktijken of geuren waar je graag een woord voor zou hebben? Daarop kwamen bijna duizend reacties, vertelt Leemans, die ook zijn opgenomen in de NeusWijzer. “Er zijn bijvoorbeeld mensen die zeggen: was er maar een woord voor het gevoel dat je krijgt als je een baby ruikt. Andere mensen hebben juist woorden bedacht: ‘iets voor de geestesneus halen’, suggereerde iemand. Dat betekent dat je terugdenkt aan een bepaalde gebeurtenis aan de hand van een geur.”

Geur en technologie

Toch zijn er ook veel woorden verdwenen. Zo kende het Nederlands vroeger wel 28 verschillende woorden voor ‘muf’. Woorden als ‘duftig’, verdolsemd’, ‘eumig’. Dat die woorden nu bijna niet meer voorkomen, heeft volgens de onderzoeker alles te maken met technologische ontwikkelingen. “Tegenwoordig hebben we overal verwarming, dus in onze huizen is het veel minder vochtig.”

De technologie neemt niet alleen geurtjes weg, maar neemt ook de functie van onze neus over. “Er is apparatuur om geuroverlast te meten, en op alle levensmiddelen staat tegenwoordig een houdbaarheidsdatum. We zijn veel minder afhankelijk geworden van onze neus. Daarom staan we lang niet altijd meer stil bij de impact van geur. Daar willen we met dit boek verandering in brengen.”

NeusWijzer: Geuratlas van de Lage Landen verschijnt bij uitgeverij Boom en is hier te bestellen. De feestelijke lancering van NeusWijzer vindt op 12 oktober 2023 plaats bij Odorama in Mediamatic, klik hier voor meer informatie & tickets.

Aan NeusWijzer hebben bijgedragen: Inger Leemans en Caro Verbeek (red.), Jos Swanenberg, Jeroen van Craenenbroeck, Leonie Cornips, Marieke van Erp, Sophie Elpers, Sanne Boesveldt, Frank Bloem, Ilja Croijmans, Garmt Dijksterhuis, Beatrice Glow, Astrid Groot, Jasper de Groot, Kirsten Jaarsma, Josephine Koopman, Norbert Peeters, Farah Rahman, Nicoline van der Sijs, Laura Speed, Rob Tempelaars, Vivien Waszink en Marc Wiers Dagnino.