28 januari 2024

Lessen uit het stageproject Dames Dings

Hoe toegankelijk is de metadata van audiocollecties voor bezoekers? Julie Peterse, masterstudent Archival and Information Studies aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft aan de hand van haar stageproject Dames Dings waar collectiebeheerders oog voor zouden moeten hebben.

door Julie Peterse

De audiocollecties van het Meertens Instituut, waarvan de speelduur samen ruim boven 6000 uur uitkomt, zijn een schatkist voor luisteraars. Ze zijn sinds een aantal jaar gedigitaliseerd. Hierdoor is het niet meer nodig om cassettebandjes en cd’s af te luisteren. Maar daarmee zijn de collecties nog niet makkelijk doorzoekbaar.

Om hier verbetering in te brengen is de afdeling Data- en Collectiemanagement aan de slag gegaan met de metadata in het kader van het project CAMI (Curatie van de Audiocollecties van het Meertens Instituut). Het doel is om deze metadata aan te passen en waar nodig aan te vullen, zodat deze uiteindelijk gepubliceerd kunnen worden als hulpmiddel bij het raadplegen van de collecties.

Binnen de eerste fasen van dit project is toegankelijkheid een belangrijk aandachtspunt. Ter aanvulling van het project CAMI deed Julie Peterse een stageonderzoek naar vragen rondom de toegankelijkheid van de audiometadata. Dit deed zij  aan de hand van een van de parels uit de Meertens-schatkist: de collectie Dames Dings.

De zussen Dings

Tussen 1991 en 1999 reisden twee onderzoekers, Ton Dekker en Henk Kuijer, regelmatig met de trein af naar Liessel, Brabant om op bezoek te gaan bij de door hen zo genoemde Dames Dings. De twee zussen, Anna van Gog-Dings (1917-2020) en Jeannette van der Putten-Dings (1920-2011), hadden de aandacht van de musicologen getrokken vanwege het grote liedrepertoire dat ze in de loop van hun leven uit het hoofd hadden geleerd. Ze kenden veel liederen van hun moeder. Daarnaast leerden ze andere repertoires via muziekkoren, liedboekjes, familie en kennissen (‘Ja maar dat kende gij wel hè, dat hedde gij van ons Jan geleerd’).

'De gezusters Dings, Ton Dekker en Henk Kuijer rond de opnametafel (begin jaren negentig)

Tijdens de opnamen verzochten Dekker en Kuijer de Dames om de liederen te zingen. Hierbij werden regelmatig de liedschriften geraadpleegd die de vrouwen hadden bijgehouden. Alle liederen die ze kenden, werden opgenomen: van vrolijke kermisliedjes (‘Moeder wanneer is het kermis / Morgenvroeg lieve Lijsje’) tot aan die over de moord op een geliefde (‘O God ik leef in nood / Ik heb mijn lief gedood’).

Daarnaast werden er bij ieder bezoek aan de Dames ook gesprekken gevoerd over de functie, betekenis en context van de liederen. Hierbij kwamen onder andere hun gezin, werk op het platteland, jeugd, ouders en grootouders en hun beleving van de Tweede Wereldoorlog geregeld ter sprake. Liederen speelden altijd een belangrijke rol: “D’r was helemaal geen muziek. ’t Zingen was ook het enigste”, zeiden de Dames.

Contextinformatie

De collectie Dames Dings is door de verschillende lied- en gespreksthema’s een waardevolle collectie op inhoudelijk gebied. Bovendien zijn er in het geval van deze collectie al zeer veel metadata om te bestuderen. Naast de gegevens in de database van het Meertens Instituut biedt de Liederenbank ook veel informatie. Zo vormde de collectie een perfecte casestudy voor het stageonderzoek van Peterse naar de toegankelijkheid van de audiocollectiemetadata.

Zij interviewde zes geesteswetenschappelijk onderzoekers met uiteenlopende onderzoeksspecialisaties en -interesses om verschillende soorten gegevens en manieren van metadateren tegen elkaar af te wegen. De interviews leverde uiteraard veel nuttige resultaten op.

Een onderwerp waar de meeste onderzoekers het bijvoorbeeld over eens waren, is het belang van contextinformatie in de beschrijving van de collectie. In het geval van de collectie Dames Dings betekent dit informatie over de onderzoeksvraag van de musicologen en over de twee zangeressen, maar ook over de totstandkoming van de metadatabase zelf.

Peterse vatte de resultaten samen in een advies aan de afdeling Data- en Collectiemanagement. Centraal hierin staan de soorten gegevens die geesteswetenschappelijk onderzoekers graag raadplegen om een collectie te kunnen interpreteren. Daarbij onderstreept zij het belang om bij de werkzaamheden rondom toegankelijkheid van de collecties altijd rekening te houden met de vraag: toegankelijkheid voor wie?

Een collectie als Dames Dings hoeft niet alleen een liedcollectie te zijn voor musicologen. Bij het openbaar beschikbaar stellen van de metadata van deze en andere audiocollecties is het nodig om de variatie binnen de onderzoeksgemeenschap in gedachten te houden. Zo kan het Meertens Instituut altijd allerlei doelgroepen een sleutel bieden tot de schatten in de audiocollectie.

Meer informatie: