Februari 2026: Dierentaal is veel complexer dan we denken
Marjo van Koppen doet samen met haar collega Leonie Cornips wetenschappelijk onderzoek naar de taal van honden, katten en koeien. “We zien dat koeien hun taal kunnen aanpassen al naar gelang hun wensen.”

De taal van de mens verschilt niet zo veel van de taal van dieren, aldus taalkundige Marjo van Koppen. “Wat we in mensentaal doen, is proberen uit te vogelen hoe taal technisch in elkaar zit. Hoe zijn woorden, zinnen en uitingen opgebouwd? Je zou kunnen zeggen dat de taal is opgebouwd uit blokjes. Bij dieren werkt dat net zo. Zij hebben alleen geen woorden zoals wij, dus je kijkt ook naar andere dingen.” Behalve met klank, drukken dieren zich ook uit met lichaamstaal, geur en zelfs vacht. “Hoe houden ze hun hoofd, hun ogen, hun oren, hun snorharen? Hoe ziet de vacht eruit? Die blokjes samen kun je combineren tot een uitdrukking”, aldus Van Koppen.
Koeien- en kattentaal
Ze heeft veel tijd gestoken in het leren kennen van koeien. Als ze nu in een weiland tussen een kudde staat, ziet ze meteen welke koe de wacht houdt, wie de kudde naar een plek toe leidt en welke koe graag contact maakt of juist niet. “Koeien die iets met je willen, kijken naar je. Hebben oren recht naar buiten staan en hoofd laag, onder de schouders, dan schudden ze met hun hoofd in de hoop dat je dichterbij komt. Gaan hoofd en oren iets hoger gaan, dan is dat een teken van alertheid,” legt ze uit. Naast koeien onderzoeken Van Koppen en Cornips ook honden en katten. En met name de interactie tussen mens en kat. “Wat doet een kat als hij iets wil en van de mensen waarmee hij samenwoont? En gaat dat dan steeds op dezelfde manier?
Leren luisteren naar elkaar
Wat Van Koppen en haar collega’s met het onderzoek hopen te bereiken, is dat beter bekend wordt dat dieren heel uitgebreid communiceren met de mensen waarmee ze samenwonen. Dat geldt niet alleen voor koeien, katten en honden, maar ook voor andere huisdieren. “Van verzorgers van de dieren hopen we dat ze (nog) beter gaan ‘luisteren’ naar hun viervoeter.” Van Koppen: “Als katten iets niet fijn vinden, dan zie je dat ze eventjes aan hun neus likken. Daarmee zeggen ze eigenlijk ‘ik vind het onprettig, ik wil dit niet’ of ‘nee’. Maar dat is een heel subtiel gebaar, dat vaak wordt gemist. En katten die worden geaaid, vinden dat soms fijn. Maar als de kat met z’n staart begint te tikken, raakt-ie overprikkeld. Omdat de mens dat niet herkent, wordt de kat niet begrepen. Het zou mooi zijn als mensen beter thuis zijn in de taal van dieren.”
Lees het artikel in het AD (28 februari 2026).

