Publicatiedatum: 8 mei 2026
New Kids, PSV en Draadstaal hebben het Brabants opnieuw uitgevonden
Tijdens haar onderzoek naar het Brabantse dialect, de basis voor haar nieuwe boek Superbrabants, leerde onderzoeker Kristel Doreleijers een nieuw woord: artilect. Een samenvoegsel van artificieel en dialect, voor het Brabants zoals je het tegenkomt in memes, reclames en films. Dialect gemaakt door mensen die het eigenlijk niet spreken. Of toch wel?

Door: Britt van Sloun
Doreleijers promoveerde op het Brabantse jongerendialect en publiceert binnenkort haar publieksboek Superbrabants. Daarin onderzoekt ze hoe het dialect verandert in een tijd van sociale media, en welke rol commerciële en culturele uitingen daarbij spelen. Eén begrip bleef haar tijdens het veldwerk in het bijzonder bij: artilect.
Een nieuw taalkundig woord bedacht door een dialectspreker
Het woord artilect komt niet uit de academische literatuur, maar uit een gesprek dat Doreleijers tijdens haar onderzoek had met dialectsprekers in Valkenswaard. “Eén iemand zei op een gegeven moment dat wat die jongeren in memes gebruiken, eigenlijk gewoon een artilect is,” zegt Doreleijers. Een kofferwoord, samengesteld uit artificieel en (dia)lect. “Een kunstmatige vorm van dialect.”
Het is een waardeoordeel, geeft ze toe. Wie iets kunstmatig noemt, vindt het niet authentiek. Andere oudere sprekers in haar onderzoek spraken over een zogenaamd geciviliseerd dialect, een mengvorm van dialect en standaardtaal die bij de stad hoort. “Als onderzoeker kun je allerlei labels op taal plakken,” zegt Doreleijers, “maar het wordt nog interessanter als die labels van de sprekers zelf komen. Die verklappen veel over hoe over taal wordt gedacht en gepraat.” Wat sprekers daarmee benoemen, is een Brabants dat niet langer thuis ontstaat, maar een dialect dat zijn vorm krijgt op een filmset, in een reclame, in een meme.
PSV en het lichte Oost-Brabants
Wie Huub Smit in de Puma-shirtreclame van PSV hoort praten, hoort een aangepast accent. Het mediateam had de de acteur van New Kids – een populaire komedieserie over twintigers in een Brabants dorp – gevraagd zijn dialect iets af te vlakken. Het moest namelijk herkenbaar lokaal zijn, maar ook voor iedereen in Nederland verstaanbaar. “Zijn familie zei dat het wel wat platter had gemogen,” zegt Doreleijers, die Smit interviewde voor haar boek.
Het resultaat is volgens haar meer een kwestie van klank dan van woordkeuze. “In een woordje als metro hoor je een extra aangezette toonloze e, metero. Op een gegeven moment zegt hij niet ‘een van ons’ maar inne van ons.” Voor haar als Eindhovense klinkt dat Oost-Brabants. “Het filmpje is verder helemaal niet gepeperd met dialectwoorden. Het lokale zit vooral in de klank.”
Ter vergelijking: bij Club Brugge in West-Vlaanderen noemen supporters elkaar nog preus (trots), een echt dialectwoord. Bij PSV zit die diepte er niet meer in. Wie als Brabander door wil gaan, hoeft maar een paar markers in te zetten, zoals een verkorte klank (inne, gin, slan), en de boodschap is overgekomen. Dit betekent ook: begrijpelijk genoeg om niemand te laten afhaken, en lokaal genoeg om er iets mee te zeggen.
De grens van een parodie
In het satirische tv-programma Draadstaal zit een sketch waarin twee cabaretiers een fictieve cursus Brabants geven die uitkomt op één lange brei: Heddegijdagezeetgehad […]. Alles aan elkaar vastgeplakt, alsof het Brabants één lang woord is. Samen met uitspraken als wie is hier nou de snackbar, gij of ik?, verrekte mongol en koekwaus, of varianten daarop, allemaal uit New Kids, doen dit soort uitingen het vooral online goed.
Of dit artilect is, hangt af van wie spreekt. Jongeren die de uitspraken op TikTok overnemen, ervaren het niet als kunstmatig. “Net zoals nu veel jongeren hallelujah gebruiken omdat Justin Bieber laatst zijn nummer ‘Everything Hallelujah’ zong op Coachella,” zegt Doreleijers. “Een trend. Jongeren pikken het op, dat verspreidt zich. Niet kunstmatig, gewoon hoe taal werkt.”
Dat geldt ook voor het dialect in de New Kids-films zelf. Huub Smit vertelde Doreleijers dat de acteurs gewoon meenamen wat ze zelf op straat hoorden, een mengelmoes van Brabants, Engels en andere dialecten die in Eindhoven rondging. “Er waren schijnbaar echt jongens op straat die koekwaus riepen,” zegt ze. Elke acteur bracht zijn eigen taal mee. Dat het Brabants in de sketches en films soms rommelig of overdreven klinkt, is dan ook geen verzinsel, maar soms best waarheidsgetrouw.
Voor traditionele dialectsprekers ligt dat anders. Zij ervaren een verarming van een eeuwenoud dialect dat wordt teruggebracht tot drie zinnetjes uit een filmscript. “Voor ‘echte’ dialectsprekers, die veel waarde hechten aan dat dialect als volwaardige taal, voelt het natuurlijk gek om dat te reduceren tot een simpel taaltje aan de hand van drie zinnetjes,” zegt Doreleijers.

Een meme van New Kids: ‘Wie is hier nou de snackbar, gij of ik?!’ Oftewel: wie heeft hier nou verstand van?
Dialectpuristen
Wie die verarming het sterkst voelt, is de dialectpurist, een begrip dat Doreleijers in haar onderzoek tegenkwam. Die taalgebruiker is niet (alleen) puristisch over de standaardtaal, maar over het lokale dialect zelf. “Dialectsprekers kunnen voor hun eigen dialect, dat helemaal niet op die manier is aangeleerd of vastgelegd, ook ervaren dat er één correcte manier is. Dat heeft alles te maken met overlevering: zo heb ik het zelf vroeger gehoord, dus zo hoort het.”
Wat een buitenstaander niet meteen ziet, ziet een dialectpurist wél meteen. Ze wijst op het werkwoord hedde, de Brabantse variant van heb je, alleen voor de tweede persoon. In imitaties met hyperdialect, overdreven dialect, duikt het overal op. “Je hoort jongeren dan zeggen ik hedde, wij hedde, hij hedde. Heel gek. Dat kun je alleen maar doen als je geen besef hebt van hoe de grammatica van het Brabants werkt. Maar je kunt de grammatica natuurlijk ook heruitvinden.”
Als je hou-DOE zegt val je meteen door de mand
In een satirisch NTR-filmpje over iemand die moeite heeft met smalltalk, schiet een zogenaamde Brabander te hulp, de Hulp-Brabo. De Brabander staat er immers om bekend dat hij zo gezellig kan keuvelen, veel worstenbroodjes eet, en constant houdoe zegt. Maar de hulp-Brabander is geen échte Brabander, hij zegt bijvoorbeeld: mensen die hedde een hulp-Brabander, iets wat in het traditionele Brabants niet kan. Ook met een woordje als houdoe is het trouwens oppassen geblazen. “Tussen Brabanders en niet-Brabanders zit vaak een subtiel klemtoonverschil,” zegt Doreleijers. “Een echte Brabander zegt HOU-doe, met de klemtoon vooraan. Wie het verkeerd doet, zegt hou-DOE. Dan val je door de mand.”
Het zijn precies dit soort subtiliteiten die laten zien hoe groot het verschil is tussen dialect als vanzelfsprekendheid en dialect als decoratie. Jongeren die het dialect aan- of uitzetten, “als we willen lachen, tijdens carnaval, of als we naar PSV gaan,” bewegen zich in dat tweede register. Oudere sprekers voor wie dialect gewoon de dagelijkse taal was, zien dat met lede ogen aan. “Die zeggen: je doet het wel of je doet het niet. Jongeren zeggen: wij zijn gelegenheidsgebruikers,” zegt Doreleijers.
En toch is ook dit soort Brabants een Brabants dat er mag zijn. Wie inne van ons uit een PSV-reclame leent, of hedde gij da gezeet gehad uit Draadstaal, speelt met het dialect. “Het heeft geen zin om je daartegen af te zetten,” zegt Doreleijers. “Kijk wat voor kansen het juist biedt.” Haar boek gaat dan ook niet over wat verloren gaat, maar over wat blijft en vernieuwt.

Op 12 mei 2026 verschijnt Superbrabants, een nieuw boek van Kristel Doreleijers. Over het nieuwe, Brabantse hyperdialect.
Wil je een gesigneerd exemplaar? Kom dan op 12 mei naar de feestelijke lancering van het boek bij boekhandel Van Piere in Eindhoven! Kristel Doreleijers geeft een korte presentatie, na afloop is er ruimte voor vragen en een signeersessie.

