Publicatiedatum: 5 mei 2011
Het mysterie van Arzbach, of: de omgekeerde stoottoon
Twee dialectsprekers uit naburige plaatsen praten met elkaar. Beide dialecten hebben de woorden [man] voor ‘man’ en [man] ‘mandje’ – de klanken van de twee woorden zijn identiek. Op een moment zegt de spreker van dialect B het woord [man] en bedoelt ermee een man. De spreker van dialect A denkt echter dat zijn vriend het over een mandje heeft. Maar in het geval dat de persoon uit dialect B over een mandje zou spreken zou hij denken dat het over een man gaat. In mijn proefschrift “Rule Reversal Revisited: Synchrony and diachrony of tone and prosodic structure in the Franconian dialect of Arzbach” onderzoek ik dit wonderlijke fenomeen.
Het verschil tussen [man1] en [man2] en een tonale omkering
Dialect A (zie kaart) staat voor Mayen, een stadje dichtbij Koblenz links van de Rhein, een dialect wat heel erg op de Limburgse dialecten lijkt. In deze dialecten, die ook Regel A genoemd worden, heeft Accent 1 een stoottoon (dus, de intonatie valt vroeg in bevestigingen en stijgt vroeg in vragen) en Accent 2 een sleeptoon (de intonatie valt en stijgt later dan bij een stoottoon). Dialect B staat voor een wonderlijke uitzondering, het Arzbach dialect (Regel B): Arzbach ligt ook dichtbij Koblenz maar aan de andere kant van de Rhein.
In 1921 schreef de Duitse taalkundige Adolf Bach dat Arzbach ook toonaccenten heeft maar dat de melodieën omgekeerd zijn: volgens hem hebben alle woorden met Accent 1 een sleeptoon in plaats van stoottoon, en alle woorden met Accent 2 hebben een stoottoon in plaats van een sleeptoon.
Half-omgekeerde in plaats van helemaal omgekeerde melodieën
Hoe kan zoiets ontstaan? Contact met buren
Dus begrijpen ze elkaar niet altijd. Gaan we nog een keer terug naar ons eerste voorbeeld en we passen het een beetje aan: Een man loopt voorbij. De spreker uit Arzbach zegt: Ik heb een [man] ‘man’ gezien. De Mayen spreker verstaat ‘mandje’ en vraagt: Je hebt een [man] ‘mandje’ gezien? Omdat het een vraag is, begrijpt de Arzbach spreker het goed en is verbaasd: Een [man] ‘mandje’? Nee, ik heb een man ‘man’ gezien. Nu moet de spreker uit Mayen helemaal in de war raken: in de eerste zin heeft zijn gesprekspartner het over een mandje, en in de tweede zin over een man… Gelukkig gebeurt zoiets waarschijnlijk maar heel zelden: meestal zorgt de context ervoor dat men elkaar begrijpt, zelf met een half-omgekeerde stoottoon. Op 21 april 2011 promoveerde Björn Köhnlein op zijn proefschrift Rule Reversal Revisited : Synchrony and diachrony of tone and prosodic structure in the Franconian dialect of Arzbach. Het proefschrift heeft als onderwerp de fonetiek, de synchrone fonologie en de diachrone ontwikkeling van Regel B in het Frankonische toonaccentgebied.
promotoren: Prof. dr. M. van Oostendorp en Prof. dr. P. Boersma Gepubliceerd bij LOT, ISBN: 978-94-6093-055-3 |
Dit artikel is verschenen in de kosteloze digitale nieuwsbrief van het Meertens Instituut. Ook abonnee worden? Klik hier.


Op 21 april 2011 promoveerde Björn Köhnlein op zijn proefschrift Rule Reversal Revisited : Synchrony and diachrony of tone and prosodic structure in the Franconian dialect of Arzbach. Het proefschrift heeft als onderwerp de fonetiek, de synchrone fonologie en de diachrone ontwikkeling van Regel B in het Frankonische toonaccentgebied.