Straattaal in beweging: van de jaren ’90 tot nu

Waarom gebruiken jongeren straattaal, en welke woorden blijven hangen? In dit project vergelijken taalonderzoekers Kristel Doreleijers, Khalid Mourigh en Stef Grondelaers het gebruik van straattaal en de kennis van straattaal of andere jongerenwoorden binnen verschillende generaties sprekers. Door gebruik te maken van twee onderzoekspanels, het Meertens Panel en het Meertens Jongerenpanel, brengt het project in kaart welke woorden mensen gebruiken, welke ze herkennen en wat ze betekenen volgens sprekers van uiteenlopende leeftijden en regio’s. 

Onderzoekers Khalid Mourigh (links) en Kristel Doreleijers (rechts) zitten aan een tafel met voor hen een laptop
Onderzoekers Khalid Mourigh en Kristel Doreleijers

Met dit project willen de onderzoekers inzicht krijgen in de dynamiek van straattaal, een relatief nieuwe jongerentaalvariant van het Nederlands die in de jaren ’90 in de grote steden is opgekomen. Ze onderzoeken hoe straattaal precies is ontstaan, hoe zij zich verspreidt en in hoeverre straattaalwoorden blijvend deel worden van het Nederlandse vocabulaire. Door systematisch gegevens te verzamelen over de herkenning, het gebruik en de betekenis van straattaalwoorden, willen de onderzoekers bestaande aannames over straattaal toetsen aan empirische data. Een belangrijk doel is het vergelijken van jongerentaal (specifiek straattaal) van nu met die van eerdere generaties, om zo taalverandering door de tijd heen zichtbaar te maken.

Straattaal als serieus onderzoeksthema

Dit onderzoek is relevant voor iedereen die zich bezighoudt met taal en cultuur in Nederland, en in het bijzonder voor jongeren, docenten, taalprofessionals en beleidsmakers. Hun antwoorden worden vergeleken met gegevens uit eerdere onderzoeken onder oudere generaties. Het Meertens Instituut heeft als missie om taalvariatie en taalverandering in Nederland te onderzoeken en te documenteren. Dit project draagt daaraan bij door straattaal te benaderen als een serieus onderzoeksthema en door de stemmen van sprekers zelf centraal te stellen. Daarmee biedt het project een genuanceerder beeld van hoe taalgebruik samenhangt met identiteit, leeftijd en sociale context.

Dataverzameling via het Meertens Panel en Meertens Jongerenpanel

Het onderzoek maakt gebruik van twee panels: het Meertens Jongerenpanel en het reguliere Meertens Panel.

De eerste onderzoeksronde vindt in 2025 plaats via het Meertens Jongerenpanel. In dit panel zitten jongeren van zestien jaar en ouder van verschillende middelbare scholen in Nederland, Vlaanderen en Curaçao. Zij doen in de klas mee aan taalwetenschappelijk onderzoek, door onder begeleiding van de docent een digtale vragenlijst in te vullen.

Daarna zetten we een vragenlijst open via ons reguliere Meertens Panel, waarin een vaste groep volwassen respondenten (18 jaar en ouder) een paar keer per jaar een digitale vragenlijst invult over ons onderzoek.

De resultaten van beide panelonderzoeken worden zowel individueel als in samenhang geanalyseerd. Hierbij verbinden de onderzoekers kwantitatieve methoden met taalkundige interpretatie, met expliciete aandacht voor regionale en sociale verschillen.

Resultaten

De belangrijkste output van het project bestaat uit gestructureerde datasets met informatie over herkenning, gebruik en betekenis van straattaalwoorden onder verschillende generaties.

Het eerste onderzoek, via het Jongerenpanel, is inmiddels afgerond. De vragenlijst over straattaalwoorden werd door 573 scholieren ingevuld. De eerste onderzoeksresultaten en analyses zijn gepubliceerd in een artikel dat de onderzoekers schreven voor Onze Taal (januari 2026). Daarnaast is op basis van dit onderzoek educatief lesmateriaal ontwikkeld dat vrij beschikbaar is gesteld voor het onderwijs.

In de toekomst zullen we de panels verder inzetten om langetermijnontwikkelingen in straattaal en jongerentaal te blijven volgen.

Looptijd

December 2024-heden


Gerelateerd

Overzicht van straattaal-onderzoek in de media